munt- en penningkundig nieuws mei/junï e jaargang no. 3 - PDF goedkope Canadese gans

munt- en penningkundig nieuws mei/junï e jaargang no. 3

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

ガチョウ-height: 100px;"> Download "munt- en penningkundig nieuws mei/junï 1981 5e jaargang no. 3"
  • Martina van der Ven
  • 1 jaren geleden
  • Aantal bezoeken:

Transcriptie

1 munt- en penningkundig nieuws mei/junï e jaargang no. 3

2 NUMISMAAT SEDERT 1880 MONNAIES - MEDAILLES - LIVRES NUMIS- MATIQUES - VENTES PUBLIQUES - ARCHEOLOGIE MUNTEN - PENNINGEN - NUMISMATISCHE BOEKEN - VEILINGEN - OUDHEDEN loqijes Schiülman ^ c L^c Keizersgracht 448 Telefoon (020) GD Amsterdam Postgiro 9922

3 Tweemaandelijks tijdschrift Verschijning: de 4e week van de oneven maanden IVIunt- en penningkundig nieuws, Numismatisch maandblad voor Nederland en België. Publikatie van het Kon. Ned. Genootschap voor Munt- en Penningkunde en de Vereniging voor Penningkunst. Eindredactie W. K. de Bruijn J. P. A. van der Vin Redactieraad J. Fortuyn Droogleever A. Hettema J. C. van der Wis inhoud ^^^17^^^^ Rekenpenningen III 83 Archaïsch-Grieks Zilver 90 De Numismaaten zijn boeken III 96 Nederlandse makers van penningen 15 Frans van der Burgt 101 Theo van de Vathorst 105 Catalogus van de stedelijke Deventer muntslag na 1575(11) /09 Boekbespreking /// Verenigingsnieuwfs 112 Aktualiteiten 113 Uitgever Vonk/Uitgevers b.v. Postbus 420, 3700 AK Zeist Telefoon (b.g.g ). Postgiro , t.n.v. 'De Beeldenaar' te Zeist. Voor België: Slavenburg's Bank, Antwerpen 2000 Rek.no t.n.v. Vonk/Uitgevers b.v. Abonnementsprijzen Inclusief BTW en franco per post bij vooruitbetaling per jaar: Nederland, België, Suriname en Ned. Antillen: ^26,50. Overige landen: A51,50. Losse nummers: f5, (inclusief portokosten). Voor leden van het Kon. Ned. Genootschap voor Munt- en Penningkunde en de Vereniging voor Penningkunst is het abonnementsgeld in de contributie inbegrepen. Abonnementen opgegeven in de loop van een kalenderjaar, omvatten alle in de desbetreffende jaargang te verschijnen nummers. Abonnementen worden stilzwijgend verlengd, indien niet vóór 1 december een opzegging is ontvangen. Advertenties Inzenden aan: Adv. afd. 'De Beeldenaar', Postbus 420, 3700 AK Zeist, uiterlijk de Ie van de maand voor verschijning. Tarieven op aanvraag verkrijgbaar. De uitgever behoudt zich het recht voor zonder opgave van redenen advertenties niet te plaatsen. Gehele- of gedeeltelijke overname van artikelen is alleen toegestaan na schriftelijke toestemming van de uitgever. Copyright Vonk/Uitgevers b.v. ISSN Rekenpenningen III door Bert van Beek Neurenbergse Imitaties rekenpenning van Chilian of Kiliaan Koch, Jak. 39 De titel van dit hoofdstuk suggereert dat er in Neurenberg alleen maar nabootsingen van bekende en veel gevraagde jetons vervaardigd werden, maar dat is overdreven. Soms had een 'Rechenpfennigschlager' een goede stempelsnijder in dienst en ontstonden er prachtige penningen, vaak met mythologische of zinnebeeldige voorsteuingen. Een goed voorbeeld hiervan was Chilian Koch (zijn gesigneerde en gedateerde penningen lopen van 1587 tot 1594), die zijn stempels door de bekende medailleur Valentin Maler liet snijden.' We laten de titel toch maar staan, omdat goedkope Neurenbergse imitaties van Franse en Nederlandse voorbeelden de kern van dit hoofdstuk vormen. 83

4 Rekenpenningen zijn in het Duitse taalgebied veel later ingeburgerd dan in Frankrijk of de Nederlanden. De eerste vermelding van het gebruik vinden we in de stadsrekeningen van Frankfurt, waar voor de boekjaren 1399/1400, 1431/1432 en 1435/1436 elke keer de aankoop van honderd rekenpenningen wordt verantwoord, en in de rekening van de stad Marburg van 1459/1460 lezen we ook hoe ze er aan komen: gekocht op de Frankfurter Messe.^ Het is zelfs mogelijk dat er op die Messe al Neurenbergse rekenpenningen te koop aangeboden werden. Zowel Hess als Gebert wijzen er op dat 'Dantes' of 'Tantes' de naam voor een rekenpenning was in Zuid-Duitsland. Dit woord werd ook gebruikt in de beschrijving van het rekenen op het kleed uit München (zie hoofdstuk I) en is mogelijk hetzelfde als het woord 'tand' uit de Magdeburger Schöppenchroniek van 1412: '... tand van Nurenberch'. We vinden ditzelfde woord ook terug in het gezegde 'Nurnberger Tand geht in alle Land'. Een variant hiervan is weer te herkennen als randschrift op een rekenpenning van Hans Krauwinckel: 'HANS KRAVWINC- KEL BIN ICH BEKONT IN FRANCKREICH VND AVCH IN NiDERLONT'. Op deze manier is het inderdaad aannemelijk te maken dat er al vanaf het begin van de vijftiende eeuw in Neurenberg rekenpenningen gemaakt werden.^ We krijgen pas vaste grond onder de voeten met een brief van de Raad van Neurenberg uit 1445 waarin ze de stad Lübeck beloven geen imitaties meer te maken van de Lübeckse rekenpenningen, de zg. 'weiszen Rechenpfennige'.'' Het nabootsen zat er dus al vroeg in. Mogelijk hebben de Neurenbergers toen ook al Nederlandse jetons nagemaakt. Zeker is in ieder geval dat ze al in 1361 in Vlaanderen een handelsprivilege kregen met instemming van de steden en dat dit privilege later door Philips de Goede nog aanzienlijk werd uitgebreid. Het blijft natuurlijk merkwaardig dat men zich op imitaties toelegde. Blijkbaar was er niet alleen een markt voor goedkope rekenpenningen, maar ze moesten ook nog op de jetons lijken die de hoge ambtenaren cadeau kregen. Het stadsbestuur van Neurenberg helpt aan alle kanten mee, want als de handel in rekenpenningen zich aan het einde van de zestiende eeuw meer op Frankrijk gaat richten komt de Raad weliswaar in 1583 met een verbod om de beeltenis van de vorsten op rekenpenningen te plaatsen, maar deze zelfde Raad wil omwille van de bloei van de handel niet ingrijpen als er in het begin van de zeventiende eeuw een stroom van rekenpenningen met de portretten van de Franse koningen op de markt verschijnt.' In Frankrijk worden ze natuurlijk verboden om het staatmonopolie te beschermen, maar dat heeft weinig effect gehad en nu vinden we de orginele jetons samen met de Neurenbergse copiën in de grote verzameling van de Bibliothèque Nationale te Parijs.' nabootsing van een Franse jeton van Hendrik IV, ter gelegenheid van de hernieuwing van zijn bondgenootschap met de Zwitserse kantons. Rekenpenning van Hans Krauwinckel, Jak La Tour 648. De Neurenbergse Stadsraad grijpt wel in als de belangen van de eigen burgers geschaad kunnen worden. Zowel in 1610 als in 1616 moeten alle stempels die men voor het slaan van rekenpenningen wil gaan gebruiken aan de Waardijn of aan de gedeputeerden van de munt getoond worden om te voorkomen dat de rekenpenningen te veel op munten gaan lijken zodat ze na vergulden of verzilveren voor munten kunnen doorgaan. Ook moet op elke jeton, of het nu een zogenaamde Franse of een andere is, op straffe van een boete van tien gulden voluit het woord 'Rechenpfennig' staan. Waarom waren de Neurenbergse penningen goedkoper dan hun voorbeelden? Hiervoor zijn verschillende oorzaken aan te wijzen. Allereerst de techniek van het vervaardigen. Oorspronkelijk was het vervaardigen van rekenpenningen een vrij beroep in Neurenberg, maar na 1535 moest men lid zijn van het koperslagersgilde, omdat de manier van werken meer met dit beroep te maken had dan met dat van de munters. De goedkoopste penningen werden met een wals geperst en dan uitgestanst. Hierbij werd een dunne plaat koper of messing tussen twee rollen gewalst. De voorzijdestempels zitten op de ene rol en de keerzijdestempels op de andere. Bij deze techniek is de druk veel kleiner dan bij het stuk voor stuk met een hamer slaan, zodat het rehëf vlakker is. Bovendien kunnen de platen krom trekken als de druk niet gelijkmatig verdeeld is (dit is ook aan sommige rekenpenningen te merken). Andere problemen ontstaan weer als de rollen iets ten opzichte van elkaar verdraaid staan, zodat de voorzijde en de keerzijde niet meer op één plaatje samenvallen. Op deze ruwe manier kon men twintig tot dertig penningen uit een reep koper tegelijk 'slaan', zodat de kosten van de productie behoorlijk gedrukt konden worden, ondanks het feit dat 84

5 het uitschot iets groter zal zijn geweest. Een andere kostenbesparende factor was het veelzijdige gebruik van de wals en misschien ook wel van de stempels. Men maakte ook 'Flinderln', kleine metalen versierseltjes, die als amulet deel uitmaakten van de hoofdtooi van de bruid. Meestal gebruikte men vormen gebaseerd op planten en dieren, maar soms ook op menselijke gestalten. Hofmeier heeft aangetoond dat sommige Flinderlein sprekend lijken op de kop van de heilige ApoUonia op een rekenpenning van Hans Krauwinckel, zelfs de afmetingen komen overheen. Hij vermoedt dan ook dat de stempels voor twee verschillende doeleinden gebruikt zijn.' Tenslotte moeten we bedenken dat de oplage in Neurenberg meestal hoger was dan die van een munthuis en dat een Rechenpfennigschlager zijn koper waarschijnlijk veel goedkoper inkocht dan de muntmeester, voor wie de jetons altijd een minder belangrijk bijproduct waren. De meeste fabrikanten van rekenpenningen waren familie van elkaar. Zoals in veel gilden gebruikelijk, ging het beroep vaak over van vader op zoon of trouwde de leerling met de dochter van zijn meester. We komen daardoor regelmatig dezelfde namen tegen. In het overzicht hieronder enige gegevens over de belangrijkste families. Krauwinckel Egidius meester vóór 1570, overleden in Onder andere bekend als maker van zg. 'Venuspenningen'. Hans II (Van zijn oom Hans I weten we niet of hij ook rekenpenningen maakte). Hans II werkte eerst samen met zijn broer Egidius, maar werkte vanaf ongeveer 1586 zelfstandig. Van alle Neurenbergse rekenpenningmakers is hij zonder twijfel de belangrijkste. Hij had vertegenwoordigers in diverse landen, o.a. in Frankrijk en Nederland. Hij overleed in van Nederlandse jetons, waarop een man op een tafel met penningen aan het rekenen is.' Op de keerzijde komt vaak het alfabet voor. 4 Hans Krauwinckel: Jak anoniem 6 Het Nederlandse voorbeeld, bijna een eeuw ouder dan de hier afgebeelde Duitse penningen, Vlaams, eind vijftiende eeuw. De spreuk luidt: Qui bien iettra, Ie conté trouvera. wie goed rekent krijgt de uitkomst D. 544 Lauffer Wolf I Meester in 1554, overleden in Van hem zijn o.a. verschillende 'schoolpenningen' bekend, imitaties Wolf Lauffer, Jak. 51 Georg I Hans I Werkzaam vóór 1583, overleden in Hij was de zwager van Hans II Krauwinckel en de zoon van Wolf I Zoon van Wolf I, geboren in 1584 en overleden in Hij werd meester rond In 1626 krijgt hij toestemming om een complete installatie voor een muntbedrijf aan Markgraaf Christiaan van Brandenburg-Bayreuth te verkopen. Eerder is een zelfde verzoek, om aan de muntmeester van de koning van Bohemen te mogen leveren, door de Neurenbergse Raad afgewezen, want men is veel te bang dat er grote hoeveelheden minderwaardig 85

6 geld in omloop zullen komen. We zitten nu midden in de 'Kipperzeit', de enorme muntverslechtering aan het begin van de Dertigjarige Oorlog. Voor de Neurenbergse rekenpenningmakers is dit een gouden tijd, want ze schakelen over op het vervaardigen van inflatiemunten, of ze verkopen de benodigde apparatuur daarvoor. Ook Hans Krauwinckel was op dit gebied actief. In het begin van de Dertigjarige li Oorlog ( ) probeert de Neurenbergse Raad de productie van minderwaardige munten af te remmen, maar in 1622 gaat de Raad overstag en mag Hans Lauffer samen met enkele collega's voor de stad kopergeld gaan slaan. Hij is de enige rekenpenningmaker waarvan een goed portret bekend is in olieverf. Mathaus Broer van Hans I. Meester in 1612, overleden in Hij was samen met zijn broer in 1622 muntmeester voor de koperen munten en handelde ook in muntapparatuur. Schultes Georg Meester in 1515, overleden in Hij is de eerste die zijn naam, beroep en woonplaats op zijn rekenpenningen plaatst. Hij heeft twee portretpenningen laten maken van zichzelf, en van zijn vrouw. Hans I Meester in 1553, overleden in Zoon van Georg. Zijn zoon (meester 1586, overl. 1603) en zijn kleinzoon (geb. vóór 1590, werkzaam tot na 1612) heten ook Hans, zodat het moeilijk uit te maken valt wie een ongedateerde penning met de naam Hans Schultes gemaakt heeft. Van Hans I is in ieder geval een Venuspenning gedateerd We sluiten de rij met de onbekende Konrad Hoger. Als Neurenbergs meester is hij voor ons alleen van belang omdat de Raad van Neurenberg hem in 1717 toestemming verleent om proeven van koperen munten te slaan voor de Rotterdamse koopman Jobst Dietrich Kielman, maar hij mag ze niet aan de Rotterdammer laten zien.' Deze geheimzinnigheid is misschien te verklaren door aan te nemen dat het hier om valse munten gaat. Rekenpenningmakers zijn wel meer betrapt op valsemunterij, maar het omgekeerde kwam ook voor, zoals de geschiedenis van de Nederlander Zacharias Jansz. ons leert. We krijgen met dit verhaal ook een beter inzicht in het gebruik van Neurenbergse rekenpenningen in de Nederlanden. Zacharias heeft in 1613 in Middelburg en later in 1619 in Arnemuiden valse koperen Spaanse munten vervaardigd. Een ooggetuige verklaarde hoe hij te werk ging: 'datter vyff-, ses-, off seventwintigh ofte meer seffens uytte scrouve ofte perse quam, ende datter het cooper lanckwerp ende by reepen daerinne gesteken werde, ende dan omgedrayt werdende, quamen de quaerten (de Spaanse quartilles) daeruyt'.'" Dat is dus dezelfde methode die men ook in Neurenberg voor de rekenpenningen toepaste. In 1628 doet Zacharias het verzoek om koperen rekenpenningen te mogen maken. In de toelichting op zijn verzoek schrijft hij dat de Amsterdamse kooplieden die 'Neurenburgerye' verkopen, waaronder ook rekenpenningen, door de oorlog in Duitsland te weinig aangevoerd krijgen, waardoor niet alleen hun handel geschaad wordt, maar ook dat de rekenpenningen hard nodig zijn voor de Nederlandse handel en nijverheid. Als Zacharias het monopolie voor de Verenigde Provincies krijgt, kan hij zijn penningen net zo goed en goedkoop als de Neurenbergse penningen leveren. Bij het verzoek heeft hij enkele 'Neurenborgse copere legpenningen' ingesloten. Een aantal kooplieden steunt zijn verzoek. Ze worden omschreven als: 'cooplieden, mailleniers ofte handelende in Norenburger-waren tot Amsterdam'. De Generaalmeesters van de munt worden om advies gevraagd en deze verklaren dat ze geen bezwaar hebben als alles volgens de heersende plakkaten gaat en Zacharias zweert dat hij zijn apparatuur alleen voor de vervaardiging van 'Neurenbergse' rekenpenningen zal gebruiken. In hun advies staat bovendien nog nadrukkelijk dat hij niet Nederlandse penningen mag namaken. 'Neurenbergse penning van Zacharias Jansz., een gelrouwe copie van een serie penningen van Hans Krauwinckel, Barnards exemplaar, casting-counter 222, nrs Dit verhaal leert ons twee dingen. Ten eerste dat er in deze tijd nog volop rekenpenningen bij het rekenen gebruikt werden en ten tweede dat er twee verschillende afzetgebieden voor de Nederlandse en voor de Neurenbergse rekenpenningen bestaan. Het is bekend dat sommige Nederlandse muntmeesters voor eigen rekening populaire jetons nasloegen." Mogelijk werden deze hoofd- 86

7 zakelijk als historiepenningen gevraagd en werden de goedkopere Neurenbergse penningen voor het dagelijks rekenwerk gebruikt. Vermoedelijk zal Zacharias Jansz. niet veel penningen gemaakt hebben, want er zijn er maar een paar van bewaard gebleven. De Venuspenningen Als voorbeeld van een veel geïmiteerde penning zullen we wat nader op de Venuspenningen ingaan. Niet alle imitaties komen uit Neurenberg, men maakte ze ook in de Nederlanden na en dit wijst er op dat een penning met een naakte vrouw, om welke reden dan ook, bijzonder populair is geweest. We zullen eerst zoeken naar het voorbeeld. DugnioUe noemt als eerste zijn nr 333 en als variant nr 334. Hij plaatst ze rond het jaar 1488 en ziet ze als een klacht tegen het slechte bewind van Maximiliaan van Oostenrijk, vader en voogd van aartshertog Phihps de Schone. De tekst op nr 333 luidt: IVSTICIA IS GESLAG(en) DO(od) VERiT(as) L(eit) i(n) G(rooten) N(ood), dus: de Gerechtigheid is doodgeslagen en de Waarheid is in grote nood. Deze penning is ongedateerd, zodat deze toeschrijving niet waterdicht is. Via een andere methode kunnen we wel aantonen dat dit een Nederlandse jeton moet zijn: er zijn zo goed als geen zilveren Neurenbergse jetons bekend en daarom kunnen we er wel zeker van zijn dat de voorstelling op D. 333/334 van Nederlandse herkomst is, omdat er een zilveren exemplaar van D. 334 in de catalogus van de verzameling De Coster voorkomt.'^ Aan de hand van de op de penningen voorkomende symbolen klinkt het verder niet onlogisch deze penningen aan het begin van de Nederlandse serie Venuspenningen te plaatsen, waarvan de gedateerde lopen van 1488 tot Over de beschrijving en de betekenis van de voorstelling is nogal verschil van mening geweest. We zullen hier de commentaren van verschillende numismaten met elkaar vergelijken. 8 D. 333 DugnioUe zelf beschrijft zijn nr. 333 vz als: Pandora naast een fontein, met een vogel in de rechterhand en in de linker een vuurijzer, waaruit vonken schieten. Verder verwijst hij naar van Mieris, die deze penning ook beschrijft. " Nr.334 wordt kortweg als een naakte vrouw bij een fontein beschreven. In zijn werk over de Neurenbergse rekenpenningmakers stelt Gebert dat van Mieris het omschrijft niet nauwkeurig gelezen heeft en dat geldt ook voor Neumann en DugnioUe, omdat die het beiden over Pandora hebben. Geberts ergernis is begrijpelijk, maar hij doet Neumann tekort, want deze laatse beschrijft de bewuste penning onder nr als: een vrouw met alleen maar een schaamdoek aan, in de hnkerhand houdt ze de tuit van een gieter en in de rechterhand een vogel (gans),"* zodat het verwijt alleen DugnioUe kan gelden. Als je goed leest, zegt Gebert, dan zie je meteen dat het hier om de naakte vvaarheid gaat met de stralende spiegel, de spiegel die nooit liegt. Gebert heeft er wel begrip voor dat deze vergissingen gemaakt worden, want hij erkent dat door het vele imiteren de symbolen kunnen veranderen. Zo ziet hij zelf zijn spiegel in een beker veranderen en rond 1560 blijft er alleen nog maar een naakte vrouw over die dan verder als Venus door het leven gaat. De laatste Venuspenning met een jaartal is in 1585 door Egidius Krauwinckel geslagen. Barnard beschrijft D. 333 als: een bijna naakte vrouw, met op haar rechterhand een gans, de bederver van het land, en in haar linkerhand een wijntrechter (steekhevel, in het frans chantepleure), het embleem van de smart, waar water uitvalt. Naast haar een fontein, de fontein van de gerechtigheid. Deze voorstelling wordt ook gecombineerd met margrieten, het symbool van de zuiverheid. Barnard verwijt op zijn beurt Gebert dat hij het te mooi wil maken, want de naakte waarheid heeft geen spiegel nodig" Een jaar of tien geleden heeft Mevrouw de Haan de discussie weer opgevat. Zij beschrijft alle penningen in het KPK met een naakte vrouwenfiguur, in totaal tien exemplaren, en doet verslag van een uitgebreid iconografisch onderzoek, waarin ze verband, legt met gelijktijdige Duitse Vanitasvoorstellingen". Haar conclusies zijn als volgt samen te vatten: we mogen veronderstellen dat de stempels van deze rekenpenningen alle door één kunstenaar gemaakt zijn, waarschijnlijk de Brabantse stempelsnijder Jan van Nijmegen in de periode tussen 1488 en De naakte vrouw moet niet zo zeer als Veritas, de Waarheid, beschouwd worden, maar meer als Vanitas, de IJdelheid. De argumenten hiervoor zijn de overeenkomst met de Duitse Vanitasvoorstellingen, alle jetons zijn in de Brabantse munt te Antwerpen geslagen, de vogel is niet als een gans te herkennen, er is geen verband tussen de voorzijde en de keerzijde van een jeton, en er is geen verband tussen legende en beeld. In omgekeerde volgorde zullen we deze argumenten nader beschouwen. Ik zie niet in, waarom er geen verband behoeft te 87

8 bestaan tussen de tekst en de voorstelling. Het lijkt mij veel logischer dat deze twee elkaar juist ondersteunen. Dat een voorzijdestempel met verschillende keerzijdestempels gecombineerd wordt, of omgekeerd, komt meer voor, daar mag men inderdaad geen conclusies aan verbinden. Vervolgens dat alle penningen uit Antwerpen komen. Op twee exemplaren zien we inderdaad het bekende handje van Antwerpen, ook gecombineerd met een herkruist kruis aan het begin van de tekst. Dit dubbele kruis komt ook op een paar andere penningen voor, maar dat mogen we niet als een min of meer officieel muntteken beschouwen. Als we naar de interpunctie kijken komen we wel iets verder: dit zijn enkele en dubbele kruisjes, enkele en dubbele sterretjes, en lelietjes. In dezelfde tijd zien we op de munten in Vlaanderen klaverblaadjes en soms schuine kruisjes. Deze vinden we niet op de jetons terug, zodat ze naar alle waarschijnlijkheid niet in Vlaanderen geslagen zijn. Moeilijker is het met de lelietjes. Deze komen vanaf 1495 tot na 1520 regelmatig op Hollandse munten voor, maar nooit op Brabantse". Het exemplaar met de lelietjes is gedateerd 1497 en deze zou dus heel goed in de Hollandse munt in Dordrecht geslagen kunnen zijn. Stempelvergelijking heeft nog niet veel opgeleverd, mogelijk kan nauwkeurige vergelijking meer opleveren. Zeker is dat de jeton met de margrieten en de honden, D. 476, in Antwerpen geslagen is, omdat de kroon boven het wapen met dezelfde ponsoenen vervaardigd is als een vierstuiverstuk van Brabant van 1489". Het Vanitassymbool komt vaak samen met de dood voor. Dit zien we ook op de rekenpenning D Hierin kan Mevrouw de Haan dus heel goed gelijk hebben. Het is alleen jammer dat ze het artikel van Barnard over de Neurenbergse rekenpenningen niet heeft geraadpleegd, waardoor ze zijn mening uit 1916 niet heeft kunnen vergelijken met zijn nieuwe ideeën uit Samenvattend kunnen we zeggen dat er tientallen rekenpenningen bestaan waar een naakte vrouw op voorkomt, vergezeld van de meest uiteenlopende attributen. Ze zijn in verschillende munthuizen in de Nederlanden en ook daarbuiten geslagen, in ieder geval in Neurenberg. De manier waarop de vrouw 'aangekleed' is, bepaalt de betekenis, en het is heel goed mogelijk dat sommige jetons een totaal verschillende boodschap moesten uitdragen, D. 333 bijvoorbeeld tegen Maximiliaan, D. 476 juist om zijn succes op de koning van Bohemen te verheerlijken. Zo lang de tekst op een jeton betekenis heeft, neem ik aan dat hij de voorstelling eerder ondersteunt dan dat hij een tegengestelde betekenis zou hebben. Tenslotte kunnen we alleen bij penningen met een compleet fictieve tekst aannemen dat die zeker uit Neurenberg komen, van andere exemplaren is het minder waarschijnujk, maar niet onmogelijk. 10 D. 595, jaartal D D. 476, ter gelegenheid van de vrede van Presburg november 1491, waarbij Wladislaw II van Bohemen en Hongarije de erfopvolging aan het Habsburgse huis afstaat. Zilver. 12 vgl. Barn De tekst is volkomen fictief. Vanaf het midden van de zeventiende eeuw worden de Neurenbergse rekenpenningen steeds kleiner en dunner. Vroeger was het materiaal vaak rood koper, maar de kleinere exemplaren zijn bijna zonder uitzondering van rnessing. Tegelijkertijd 88

9 met het kleiner worden valt de rekenfunctie meer en meer weg, we mogen wel aannemen dat dit met elkaar te maken heeft gehad. In de achtiende eeuw zien we alleen nog maar zeer kleine messing penninkjes die als speelpenninkje, bijvoorbeeld bij het kaarten, gebruikt werden. Grotere rekenpenningen hebben vermoedelijk enige tijd in Engeland samen met de tokens meegedraaid in het kleingeldcircuit, maar daarmee zijn we geheel buiten het bestek van dit verhaal geko- 13 houten doosje met zes dobbelstenen (er staat maar op één zijde een getal, één nummer 1 enz, tot 6. Het doosje bevatte honderden achttiende eeuwse speelpenninkjes. Recente aanwinst van het KPK, inv. nr Noten 1. Ulrich Jakubzik, Chilianvs Coqvvs Noribergensis. Die Rechenpfennige des Kilian Koch aus Nürnberg, Münzen-Revue (1976) nrs. 1-3, 75 e.v. 2. W. Hess, Rechnung legen auf Linien, Stadt in der Geschichte, Band 2 (Sigmaringen 1977) idem, 80 en C.F. Gebert, Geschichte der Nürnberger Rechenpfennigschlager, Mitt. Bayer. Num. Gesellschaft, Heft XXXV (1918) Gebert, deze en volgende gegevens komen alle uit Gebert. 6. Henri de la Tour, Catalogue des Jetons de la Bibliothèque Nationale, Rois et Reines de France (Parijs 1879). Zie voor Duitse catalogi: U. Jakubzik, Krauwinckel, Münzen-Revue (1974) Die Wolf Laufer, Münzen-Revue (1977) en Kilian Koch, Münzen-Revue (1976). 7. H. Hofmeier, Die Hl. ApoUonia auf einem Nürnberger Rechenpfennig und als 'Flinderl', 'Zahnartzliche Mitt., Heft 19 (1972). 8. F.P. Barnard, The types of certain early Nuremberg reckoningpennies used in England, Num. Chron. (1924) Gebert, A.O. van Kerkwijk, Neurenberger Rekenpenning in 1628 te Amsterdam door Zacharias Jansz. vervaardigd, JMP (1926) A.O. van Kerkwijk, De stempelsnijders, werkzaam aan de Munt te Dordrecht van , JMP (1920) 35 e.a Catalogue de Jetons d' Or et d'argent de M.L. De Coster (Brussel 1885) 2 nr F. van Mieris, Histori der Nederlandsche Vorsten, dl. I (Den Haag 1732) J. Neumann, Beschreibung der bekanntesten Kupfer-Münzen, 6er Band (Praag 1872) Barnard, early Nuremberg reckoning-pennies, W.H. de Haan- van de Wiel, Een groep laat 15de - vroeg 16de eeuwse rekenpenningen uit de kouektie van het Koninklijk Penningkabinet te Den Haag (scriptie 1969). 17. Van Gelder en Hoc (GH) nr Van der Chijs geeft veel meer lelietjes, o.a , 23-30, 31, 40 en 41 en en de Witte dl. 2, voor de Brabantse munttekens. 18. G.H Vergeleken zijn de exemplaren van het KPK. 89

10 Archaïsch-Grieks Zilver door H. J. L. van der Valk Griekenland en de Egelsche Zee. 1 Pangaion gebergte 7 Laurion (mijnen) 2 Thasos 8 Aegina 3 Akanthos 9 Korinthe 4 Chalkidike 10 Siphnos 5 Euboea II Sard is 6 Athene 12 Samos In het voorjaar of de zomer van 1969 werd in Egypte een zilverschat met ongeveer 900 Archaïsch-Griekse munten gevonden. De munten bereikten Beirut langs verschillende wegen en trokken daar onmiddelijk de belangstelling van Engelse en Amerikaanse numismatische instellingen. Een gedeelte van deze vondst is in het bezit van het British Museum gekomen, de overige munten zijn verdeeld over meer dan honderd verzamelingen. Hoewel de juiste vindplaats en de vondstomstandigheden niet bekend zijn, neemt men aan, dat de munten in de buurt van Asyut opgegraven zijn. Men spreekt daarom over de zilvervondst van Asyut. Deze plaats heette in de oudheid Lykopolis en ligt 300 a 400 km ten zuiden van Kairo. Een aantal munten uit Asyut worden door de werkgroep Archeometrie aan het Max-Planck- Institut ftlr Kernphysik te Heidelberg in samen- 90

11 werking met het Department of Geology van de University of Oxford onderzocht met het doel de herkomst van het muntzilver te achterhalen. Archeometrie probeert de ouderdom, de productiewijze en de herkomst van voorwerpen met archeologische waarde te bepalen met natuurwetenschappelijke methoden voor materiaalonderzoek. Een belangrijk deel van deze onderzoeksmethoden is gebaseerd op radio-activiteit en dit is de reden, dat de werkgroep op een kernfysisch instituut gevestigd is. De werkgroep in Heidelberg besteedt aandacht aan de herkomst van archaïsch Grieks muntzilver en mijnbouwactiviteiten rond de Egeïsche Zee. Dit onderzoek heeft tot een aantal resultaten geleid, die gepubliceerd zijn. /. Stater van Korinlhe (ong. 8,5 gr.), oudste type: Pegasus/ingestempeld hakenkruis 6 ex. in de vondst van Asyut. (De munten, die hier afgebeeld worden, zijn in het bezit van het Koninklijk Penningkabinet en zijn niet uit Asyut afkomstig). Er zijn in Egypte meer vondsten van Archaïsch- Griekse munten gedaan bij Mit Rahineh (23 munten), Demanhur (165 munten), Sakha (67 munten), Benha-el-Asl (61 munten) en Zagazig (87 munten). Deze plaatsen liggen in de Nijldelta en het is bekend, dat zich in dit gebied rond 500 v. Chr. Grieken gevestigd hadden. De zilvervondst van Asyut valt op door het grote aantal munten en door het feit, dat Asyut ver buiten de Nijldelta ligt. Egypte kende rond 500 v. chr. nog geen monetair betalingsverkeer. De munten zijn bij Asyut gepot als een vorm van baar zilver. Een groot aantal exemplaren zijn van diepe kloven voorzien of gebroken om te controleren of zij geen koperen kern bevatten. In de schatvondst komen ook enkele stukken gestoken zilver voor. Dankzij de samenwerking tussen het Britisch Museum en de American Numismatic Society hebben Price en Waggoner ongeveer 870 munten uit Asyut kunnen catalogiseren. Deze munten zijn geslagen door ongeveer 75 verschillende plaatsen, stammen en lokale heersers verspreid over de gehele toenmalige Griekse wereld. Het oostelijk deel van Midden-Griekenland met de nabij gelegen Cycladeneilanden in de Egeïsche Zee leverden samen 43% van deze munten. In deze groep zijn Athene, Aegina en Korinthe met respectievelijk 165, 133 en 39 exemplaren vertegenwoordigd; ze vormen hiermee de belangrijkste muntleveranciers voor de zilvervondst. Macedonië, Thracië en eilanden in de noordelijke Egeïsche Zee zijn verantwoordelijk voor 24% van de munten uit Asyut. Deze stukken zijn geslagen door inheemse stammen en kustplaatsen, die onder sterke Griekse invloed stonden. Hieronder zijn enkele zware exemplaren van 40 a 30 gr.. Landstreken in westelijk Klein-Azië, eilanden voor de kust van Klein-Azië, en Cyprus leverden samen ook ongeveer 24% van de munten uit Asyut. De overige munten zijn afkomstig van eilanden voor de Griekse westkust (5 munten), Griekse koloniën in Noord-Afrika (42 munten) en Griekse koloniën op Sicilië en in Zuid-Italië (25 munten). Hiernaast konden 18 munten niet gedetermineerd of toegekend worden. Volgens Price en Waggoner is de vondst van Asyut omstreeks 475 v. Chr. gesloten en zijn de meeste munten geslagen in het eerste kwart van de vijfde eeuw v. Chr.. Slechts een klein gedeelte stamt uit de tweede helft van de zesde eeuw v. Chr.. Er bestaat tegenwoordig een tendens het begin van de muntslag in de belangrijkste Griekse plaatsen, Korinthe, Aegina en Athene, naar een latere datum te verschuiven. Price en Waggoner stellen deze datum op ongeveer 550 v. Chr., terwijl men er een jaar of dertig geleden vanuit ging, dat er in deze plaatsen al aan het einde van de zevende eeuw munten geslagen werden. Door deze nieuwe inzichten ontstaan verschuivingen in de datering van Archaïsch-Griekse munten, die samengevat worden met de naam downdating. De conclusies van Price en Waggoner worden aangevochten door Cahn, die een aantal principes van downdating in twijfel trekt. Verreweg het grootste deel van de munten, die in Asyut gevonden zijn, is afkomstig uit een aantal landstreken rond en van eilanden in de Egeïsche Zee. In de meeste van deze gebieden komt looderts voor, dat geringe hoeveelheden zilver en goud bevat. Op een aantal plaatsen is in de oudheid dit looderts ontgonnen voor de winning van edelmetaal. Dankzij Herodotos weten wij, dat in de zesde en vijfde eeuw v. Chr. in Macedonië en Thracië en op het eiland Thasos voor de kust van Thracië grote hoeveelheden zilver gewonnen werden. Vele Griekse kolonisten vestigden zich vanwege deze rijkdom in dit gebied. De omvangrijke emissies van Atheense munten na 500 v. Chr. hangen samen met zilverwinning in het Lauriongebied op Attica, waar in de tweede helft van de zesde eeuw V. Chr. mijnen in productie zijn genomen. De Atheense schepen, die een belangrijk aandeel geleverd hebben aan de Griekse overwinning op de Perzische vloot in de zeeslag bij Salamis (480 V. Chr.), zijn gebouwd van de opbrengst van de 91

12 Laurionmijnen. Op het Cycladeneiland Siphos bereikte volgens Herodotos de winning van goud en zilver zijn hoogtepunt rond 525 v. Chr.. De bewoners van Siphos besteedden een tiende van de mijnbouwopbrengst aan een schathuis in Delphi, dat met de allerrijkste kon wedijveren. De mijnbouwactiviteiten op Siphos werden in de loop van de vijfde of vierde eeuw v. Chr. gestaakt. Door opgravingen in het Lauriongebied is bekend, hoe in de oudheid zilver uit looderts gewonnen werd. Het is een langdurig en moeizaam proces. Het erts, dat uit mijnen opgedolven was, wordt vermalen tot een fijn poeder, dat vervolgens gewassen wordt in stromend water. Hierbij worden de zwaardere korrels, die lood en andere metalen bevatten, gescheiden van de lichtere korrels. Door het erts, dat op deze manier verrijkt is, in ovens te verhitten ontstaat een smelt van lood en een aantal metalen waaronder zilver en goud. Verontreinigingen zoals ijzer, zink en aluminium blijven hierbij voor net grootste deel achter in de vorm van slakken. De smelt wordt in een smeltkroes, die bekleed is met een poreus hitte-bestendig materiaal, langdurig verwarmd en vloeibaar gehouden onder een luchtstroom, opgewekt met blaasbalgen. Het lood en verontreinigingen zoals koper en tin oxideren en verdwijnen vervolgens ten dele in de luchtstroom of in de poreuze bekleding. Een ander deel wordt af gestreken. Het resterend loodoxide gaat over in vast loodgrit en uiteindelijk blijven alleen zilver en goud in de smelt achter. Men noemt deze zuiveringsmethode capellation. Bij dit proces worden zilver en goud niet van elkaar gescheiden en het eindproduct zal altijd geringe hoeveelheden verontreinigingen bevatten, die ook uit het erts afkomstig zijn. op zuiverheid controleerde. Metingen van zilver-, en lood- en koperconcentraties in Atheense munten uit de vijfde tot de tweede eeuw v. Chr. met röntgen-fluorescentie bevestigen het vermoeden, dat het capellation proces zo lang werd voortgezet, totdat zich bij het stollen van het residu gasbelletjes gingen vormen. De landstreek Lydië in westelijk Klein-Azië was in de eerste helft van de zesde eeuw v. Chr. een rijk en machtig koninkrijk dankzij electrum, dat bij de hoofdstad Sardis uit het slib van de rivier Pactolos gewonnen werd. Electrum is een legering van goud met 25 i 45% zilver en werd aanvankelijk ook als muntmetaal gebruikt. Lydië is waarschijnlijk tijdens de regering van koning Kroisos ( V. Chr.) afzonderlijke zilveren en gouden munten gaan slaan. Deze emissies zijn in Sardis voortgezet, nadat Perzië in 546 v. Chr. Lydië had veroverd. Vanwege de uitgave van deze munten wordt aangenomen, dat men in Lydië electrum in goud en zilver kon scheiden. Het is niet bekend, op welke manier dit gebeurde, maar als meest voor de hand liggende methode wordt het cementation proces genoemd, dat in de tweede eeuw v.chr. ook door Macedonië voor dit doel toegepast werd. Bij cementation wordt een goud-zilver legering met keukenzout en scherven aardewerk in een afgesloten ruimte langdurig verhit. Onder deze omstandigheden reageert het zilver met chloor uit het keukenzout tot zilverchloride. Het goud blijft in metaalvorm achter en het zilver kan teruggewonnen worden door het zilverchloride te ontleden. 2. Stater van Aegina (ong. 12,5 gr.): zeeschildpad/ingestempeld lijnenpatroon, 132 ex. in de vondst van Asyut. 3. Tetradrachme van Athene (ong. 17,2 gr.), archaïsch type: Athene/uil met olijftak, 160 ex. in de vondst van Asyut. Gesmolten zuiver zilver kan zuurstof uit de lucht absorberen, die het metaal moet verlaten als het zilver gaat stollen. De zuurstof vormt dan gasbelletjes, die duidelijk te zien zijn. Gesmolten zilver verliest het vermogen zuurstof te absorberen, als het bepaalde verontreinigingen bevat. Er zullen zich in dat geval geen gasbelletjes vormen bij het stollen. Het is zeer waarschijnlijk, dat men in de oudheid aan de hand van deze eigenschap zilver Men mag aannemen, dat plaatsen, die zelf over zilvermijnen beschikten hun munten in het algemeen uit eigen zilver geslagen zullen hebben. Een aantal plaatsen waaronder Aegina en Korinthe, die in de zilvervondst van Asyut vertegenwoordigd zijn, hadden geen zilvermijnen en moesten dit metaal van elders invoeren. De positie van Aegina is in dit verband interessant. Dit kleine eiland was rond 500 v. Chr. een geduchte handelsconcurrent van Athene, hetgeen ondermeer blijkt uit het gro- 92

13 te aantal munten van Aegina in de vondst van Asyut. Het is onwaarschijnlijk, dat Aegina vrij kon beschikken over zilver uit de nabij gelegen Laurionmijnen vanwege zijn vijandige verhouding met Athene. Waar vandaan Aegina zijn zilver wel betrok, is niet bekend. Als een mogelijke zilverleverancier voor Aegina wordt het Cycladeneiland Siphnos genoemd, waarvan de rijkdom aan goud en zilver bekend is. Muntzilver zal altijd enigzins verontreinigd zijn door chemische elementen, waar het mee gewonnen is. Zilver uit looderts, dat met het capellation proces gezuiverd is, zal altijd wat lood bevatten en heeft een verhouding tussen zilver- en goudconcentratie, die vrijwel gelijk is aan die in het erts. Zilver uit electrum zal in het algemeen vrij veel goud bevatten. Hiernaast bestaat lood uit atomen, die niet dezelfde massa of gewicht hebben. Men noemt atomen met verschillende massa's en hetzelfde chemische gedrag isothopen. De gewichtsverhouding tussen loodisothopen is sterk afhankelijk van de vindplaats van looderts en verandert niet bij een zuiveringsproces. De spiegel van chemische onzuiverheden en de loodisothopenverhouding in zilver zijn feitelijk vingerafdrukken van het gebied, waar het zilver gewonnen is. Het is in principe mogelijk door een vergelijkend onderzoek naar de chemische samenstelling en de loodisothopen een verband te leggen tussen muntzilver en de plaats, waar dit zilver gewonnen is. De werkgroep Archeometrie in Heidelberg heeft met een subsidie van de Stichting Volkswagenwerk ongeveer 120 munten uit de vondst van Asyut gekocht, die over het algemeen zwaar beschadigd zijn en een relatief lage verzamelaarswaarde hebben. Mevrouw L. Beer van het Ashmolean Museum te Oxford stelde uit haar collectie ruim 40 munten van Aegina beschikbaar, die op enkele exemplaren na ook uit Asyut afkomstig zijn. De chemische samenstelling van monsters uit ongeveer 100 munten is geanalyseerd met radiochemische neutronen-activering en atoomabsorptiespectrometrie. Professor N.H. Gale van het Department of Geology van de University of Oxford heeft een groot aantal van deze monsters onderzocht naar loodisothopenverhouding met massaspectrometrie. Hiernaast heeft de werkgroep in Heidelberg op ongeveer 70 vindplaatsen van looderts in het Egeïsche gebied naar restanten van vroegere mijnbouwactiviteiten gezocht. Er werden ertsen en zo mogelijk slakken verzameld, die op dezelfde manier naar de chemische samenstelling en loodisothopenverhouding onderzocht zijn als de monsters uit de munten. Het is moeilijk vast te stellen, waar men rond 500 V. Chr. precies looderts opgedolven heeft. De mijnbouwtechniek is gedurende de oudheid niet veel veranderd en sporen van vroegere activiteiten kunnen door latere ontginningen uitgewist zijn. Uit het onderzoek aan de ertsen bleek, dat er per vindplaats een spreiding in loodisothopenverhouding over verschillende ertslagen optreedt. Hierdoor ontstaat een onzekerheidsmarge bij het toekennen van het muntzilver aan de hand van de loodisothopenverhouding. Gelukkig overlappen de spreidingsgebieden van de loodisothopenverhouding voor verschillende landstreken in het Egeïsche gebied elkaar niet al te veel. Bovendien kan men bij het toekennen van het muntzilver ook gebruik maken van de resultaten uit het vergelijkend onderzoek naar chemische samenstelling van de munten en de ertsen. 4. Tetradrachme van Akanthos (ong. 17,5 gr.): leeuw valt een stier aan/gevierendeeld vierkant, 19 of 20 ex. in de vondst van Asyut. Wat betreft midden-griekenland zijn er momenteel in Heidelberg en Oxford ruim 40 munten van Aegina, 11 van Athene en 7 van Korinthe onderzocht. Met betrekking tot Macedonië zijn er 6 munten toegeschreven aan de Orescii, 4 toegeschreven aan Thasos en 3 van Akanthos onderzocht. Met de naam Orescii worden bewoners van het Pangaion gebergte aangeduid. De plaats Akanthos ligt op het schiereiland Chalkidike. Hiernaast zijn 3 munten onderzocht, die op naam van de Perzische koning in Sardis geslagen zijn. De spreiding in chemische samenstelling is gering binnen de afzonderlijke groepen munten van Athene, de Orescii, Akanthos en Sardis. Dit wijst erop, dat het zilver voor elk van deze groepen uit een bepaald mijnbouwgebied afkomstig is en op een gestandaardiseerde manier gezuiverd is. De munten van Aegina, Korinthe en Thasos tonen juist een grote spreiding in chemische samenstelling. Het muntzilver van deze plaatsen is afkomstig van een aantal verschillende mijnbouwgebieden. Het zilver van de Atheense munten kan aan de hand van de loodisothopenverhouding en de lage goudconcentratie toegekend worden aan de Lauri- 93

14 onmijnen. De loodisothopenverhoudingen in de munten van Akanthos en de Orescii liggen binnen het spreidingsgebied van de ertseh uit Macedonië en Thracië. De vindplaatsen van het zilver voor deze munten zijn nog niet achterhaald. De munten van Sardis bevatten vrij veel goud en tin. Omdat tinoxide voorkomt in het slip van de rivier Pactolos, wijst dit er op, dat het zilver van deze munten afkomstig is van electrum. De loodconcentraties in deze munten zijn ook hoog en dit feit kan niet in verband gebracht worden met electrum en een goud-zilver scheiding met het cementation proces. Hierdoor is de herkomst van dit muntzilver nog onzeker. De munten van Aegina kunnen aan de hand van de chemische samenstelling en de loodisothopenverhouding in een aantal verschillende groepen verdeeld worden. Een groep van acht munten is uit Laurionzilver geslagen. Een groep van dertien munten heeft een chemische samenstelling en een loodisothopenverhouding die vrijwel gelijk zijn aan die van de munten van Sardis, en moeten daarom uit hetzelfde soort zilver geslagen zijn. 5. Drachme van Zankle, het huidige Messina op Sicilië, (ong. 6 gr.): dolfijn in sikkelvormige haven/schelp in lijnenpatroon, 2 ex. in de vondst van Asyut. Bij Asyut werden eveneens 13 of 14 tetradrachma's gevonden, die door de vluchtelingen uit Samos tussen 494 en 489 v. Chr. in Zankle geslagen zijn. Deze groep valt op, omdat deze munten vrij zeldzaam zijn en omdat Archaïsch- Griekse munten uil Sicilië haast niet voorkomen in Egyptische vondsten. munten is niet bekend. De loodisothopenverhoudingen in de vier munten, die aan Thasos toegeschreven kunnen worden, komen niet overeen met ertsen, die op dit eiland gevonden zijn, en sluiten ook niet aan bij andere vindplaatsen in Macedonië en Thracië. Het aantal onderzochte munten is te klein om uit deze resultaten verstrekkende conclusies te trekken. In elk geval is gebleken, dat plaatsen met zilvermijnen hun munten over het algemeen uit eigen zilver geslagen hebben. Het eiland Thasos is hierop een schijnbare uitzondering. Het is natuurlijk niet uitgesloten, dat de vier onderzochte munten toevallig uit partijen zilver afkomstig zijn, die Thasos van elders heeft ingevoerd. Aan de andere kant is de toeschrijving van deze munten aan Thasos onzeker en kan dit resultaat er op wijzen, dat deze munten op een andere plaats geslagen zijn. Een redelijk aantal munten van Aegina blijkt ondanks de vijandige verhouding met Athene toch uit Laurionzilver geslagen te zijn. Dit zilver kan via een omweg op Aegina terecht gekomen zijn. De werkgroep in Heidelberg stelt, dat hun onderzoek enkel resultaten kan opleveren, als de munten uit nieuw gewonnen zilver geslagen zijn, dat niet vermengd is met zilver van oudere emissies. Archaïsch-Griekse munten zouden een geschikt onderwerp voor zo'n onderzoek zijn, omdat zij betrekkelijk kort na het begin van de aanmunting geslagen zijn en er nauwelijks oudere emissies waren. Ik heb de indruk, dat deze voorwaarde enkel opgaat voor plaatsen, die over zilvermijnen beschikten. Drie of vier munten van Samos, een eiland voor de kust van Klein-Azië, uit de zilvervondst van Asyut zijn over munten van Aegina geslagen en het is denkbaar, dat het Laurionzilver van de acht munten van Aegina en de drie munten van Korinthe afkomstig is van omgesmolten munten van Athene. Een derde groep van elf munten heeft een loodisothopenverhouding, die gelijk is aan die in ertsen van het eiland Siphnos. De goudconcentratie van deze munten is hoog, terwijl het looderts van dit eiland slechts weinig goud bevat. Hoewel volgens Herodotos Siphnos rijk aan zilver en goud was, is er door de werkgroep in Heidelberg geen goud op dit eiland gevonden. Hieruit moet de conclusie getrokken worden, dat het zilver niet van Siphnos afkomstig is. Er zijn momenteel aanwijzingen, dat het muntzilver van deze groep gewonnen is in het Kallianougebied op het eiland Euboea ten noordoosten van Attika. Deze mogelijkheid wordt op het ogenblik nader onderzocht. Drie van de zeven munten van Korinthe zijn uit Laurionzilver geslagen. De herkomst van het zilver van de overige Zilverwinning uit looderts was in de oudheid een arbeids- en kapitaalintensief proces. Uit de reconstructie van een aantal schakels uit dit proces naar aanleiding van recente opgravingen bij Thorikos in het Lauriongebied bleek, dat men uit 100 kg. opgedolven looderts slechts 13 a 14 gr. zilver won. Dit is nog niet genoeg voor een tetradrachme van ongeveer 17 gram. De arbeidskosten van de muntslag zijn te verwaarlozen ten opzichte van die van de zilverwinning. Zilverproducenten konden hun product waarschijnlijk gemakkelijker en tegen een hogere ruilvoet slijten door er munten van te laten slaan. De stempels dienen in dat geval als waarborgtekens voor de kwaliteit van het materiaal. Aan de andere kant zijn er verschillende motieven aan te voeren, waarom belangrijke han- 94

15 delsplaatsen ingevoerd specie omsmolten voor eigen muntslag. De gewichtseenheden waren van plaats tot plaats verschillend. Men vertrouwde geïmporteerde munten minder dan het eigen geld en het bezit van bepaalde munten kon verdacht zijn vanwege politieke naijver tussen de plaatsen. Bovendien zal een buitenlandse handelsrelatie gemakkelijker een goed bekende eigen munt accepteren dan een mengel van allerlei ingevoerde specie. * W. Gentner, H. Gropengiesser, and G.A. Wagner: Blei und Silver in Agaischen Raum, Mannheimer Forum 79/80, 144 (1979/1980). H.F. Mussche: Thorikos, A Guide to the Excavations, Comité voor Belgische Opgravingen in Griekenland, Brussel (1974). C. Conophagos, E. Badecca, and C. Tsaimou: La Techique Athénienne de la Frappe des Monnaies k l'epoque Classique, Numismatic Annuals (Athens) 1976, 4 (1976). C. Damsté: Herodotos Historiën, Fibula-Van Dishoek, Bussura (1969). Ondanks de mogelijkheid dat plaatsen als Aegina en Korinthe hun muntzilver betrokken door andere munten om te smelten, blijkt uit het onderzoek in Heidelberg en Oxford, dat de herkomst van een gedeelte van het zilver voor de muntslag van Aegina en Korinthe achterhaald kan worden, indien het nodige over de vindplaats bekend is. Bovendien konden uit de munten van Aegina een paar groepen samengesteld worden, waarvan het zilver uit een bepaald mijnbouwgebied afkomstig is. Wij mogen er op vertrouwen, dat na intensief speurwerk deze mijnbouwgebieden ook opgespoord zullen worden, waardoor wij een beter inzicht in de handelsbetrekkingen van Aegina kunnen krijgen. Ik wil dit artikel niet afsluiten zonder de heer dr. J.P.A. van der Vin te bedanken voor zijn stimulerende discussies en voor de afbeeldingen van munten uit het bezit van het Koninklijk Penningkabinet, die als illustraties bij dit artikel geplaatst zijn. Geraadpleegde literatuur G.K. Jenkins: Ancient Greek Coins, Barrie & Jenkins Ltd, London (1972). M.J. Price and N.M. Waggoner: Archaic Greek Silver Coinage, The 'Asyut* Hoard, V.C. Vecchi and Sons, London (1975). H.A. Cahn: Asiut, Schweiz. Numism. Rundschau 56, 279 (1977). W. Gentner, O. Muller, G.A. Wagner, and N.H. Gale: Silver Sources of Archaic Greek Coinage, Naturwissenschaften, 65, 273 (1978). BEELDENAAR WEER VOORRADIG Beeldenaar januar/februari 1980, 4e jaargang no. 1, is herdrukt. Nabestellen kunt u door middel van een briefkaart; te richten aan: Administratie de Beeldenaar, t.a.v. Mevr. J. A. G. Mündt Postbus AK Zeist Vonk/Uitgevers B.V. Joh. Postlaan 4, Zeist, tel ts. 37 DE BEELDENAAR - munt- en penningkundig nieuws Voor alle abonnees voor wie De Beeldenaar een blijvende waarde vertegenwoordigt, verkrijgbaar: VERZAMELBANDEN voor DE BEELDENAAR In de kunststof pennenband die is uitgevoerd in 'Beeldenaar'-blauw met zilver opdruk, kunt u de nummers van één jaargang veilig en overzichtelijk bijeenhouden. Te bestellen door overmaking van f 17,50 op gironummer t.n. v. De Beeldenaar, Postbus 420, Zeist, onder vermelding van 'Verzamelband Beeldenaar'. 95

16 De Numismaat en zijn boeken III door W. K. de Bruijn Als derde in de reeks van oudere Nederlandse boekmerken ditmaal het door W. C. Brouwer in 1898 gemaakte exlibris voor de Helmondse notaris August Sassen. Dit relatief grote boekmerk, dat 140x94 mm meet, is evenals het eerder behandelde blad van Stephanik een goed voorbeeld van de Jugendstil. Het toont geen specifiek numismatische elementen, zodat de reden om het hier op te nemen gelegen is in het feit dat de eigenaar een vooraanstaand numismaat was. August Hendrik Sassen (6 maart juni 1913) werd te Helmond geboren en werkte als candidaat notaris op het kantoor van zijn vader aldaar, die hij in 1894 opvolgde. Zijn grote belangstelhng betrof echter de geschiedenis en wel in het bijzonder die van zijn geboortegebied Brabant. Toen hij dan ook in een situatie kwam dat hij financieel onafhankelijk was trok hij zich in 1907 terug om zich aan deze liefhebberij te kunnen wijden. Het feit dat hij vanaf 1880 archivaris van Helmond was bood hem daarbij uiteraard zeer veel steun. Van geschiedenis naar munten is geen moeilijke stap. Hij was lid en bestuurslid van het Kon. Ned. Genootschap voor munt- en penningkunde. Als numismaat is hij o.a. bekend geworden door tal van artikelen in het Jaarboek voor Munt- en penningkunde, waaruit zeker zijn archief ervaring duidelijk blijkt. Herhaaldelijk verschenen artikelen over de waarde van munten op bepaalde tijdstippen in een reeks van plaatsen, zo ook over die van edele metalen, over muntmeesters en hun personeel, de lonen van muntgezellen, over munttarieven en evaluaties, over de cameraarsrekeningen van Deventer alsmede over allerlei munten (ook valse) en hun waarde en gehaltes. Op deze wijze leverde hij waardevolle bijdragen aan de kennis van de numismatiek en wel op een wijze die nog steeds navolging verdient. Door zijn vroegtijdige dood werd deze reeks van publicaties onverwacht gestopt. Verschillende werden in 1913 gepubliceerd. Van Sassen zijn enkele boekmerken bekend, waarvan er hier een is afgebeeld. Het werd gemaakt door Willem Coenraad Brouwer ( ) een kunstenaar die zowel als schilder, tekenaar, houtsnijder, beeldhouwer en kunstnijveraar bekend geworden is. Zo ontwierp hij meerdere exlibris, maar ook bouwkeramische faiences. Prenten van hem zijn o.m. te vinden in het Haagse gemeentemuseum. Dat August Sassen zelf ook exlibris heeft gemaakt zal blijken uit een volgende bijdrage in deze serie. 96

17 DE SNEEKER VLIEGER" JILLE B. WESTERHOF NUMISMAAT gespecialiseerd in provinciale munten, historie- en moderne penningen van alle landen Nauwe Noorderhorne 18, 8601 CZ Sneek - Telefoon , b.g.g Maandags gesloten BATAVIA Classical Coins & Antiquities Zoutmanstraat GR Den Haag Tel.: antieke munten provinciale munten koninkrij ksmunten papiergeld prijslijst op aanvraag gratis muntenhandel Groningana A. NAP Oude Kijk in 't Jatstraat EL Groningen Tel Munten, bankbiljetten, oude effecten, antieke prenten en kaarten, boeken op elk gebied met een speciale afdeling numismatische literatuur..j Colnsellfng MUNTEN - POSTZEGELS - SCHILDERIJEN Van Echtenstraat 21A - Hoogeveen - Tel Een bezoek aan onze winkel is zeer de moeite waard. 's Maandags gesloten. 97

18 Zoekt u Romeinse munten? Buitenlandse munten? Nieu\A/tjes? Nederlandse en buitenlandse penningen? Nederlandse en buitenlandse eretekenen? Gildepenningen? Literatuur over bovenvermelde verzamelgebieden? Dan heeft het zeker zin om contact op te nemen met: A. G. van der Dussen b.v. Hondstraat HW Maastricht Telefoon /~^^r 98

19 H:iJ HOLLTXNDSCHE BANK-UNIE Heeft U een manco-lijst? Zend hem aan ons en wij blijven vrijblijvend attent voor U! Ons adres: Postbus AN Amsterdam (C) 99

20 De ^Royal Canadian Mint' slaat voor 't eerst in haar geschiedenis ^proof silver dollars'. Ue Canadese regering heeft, voor 't eerst in de Canadese munt- en penninggeschiedenis, toestemming gegeven voor de aanmunting van zilveren dollars in 'proof' kwaliteit. Met dit numismatische hoogtepunt wordt een historische gebeurtenis van een eeuw geleden herdacht: in 1881 namelijk, gaf het toenmalige Engelse Dominion Canada het groene licht voor de aanleg van een transatlantische spoorweg, die de Atlantische Oceaan met de Stille Oceaan moest gaan verbinden. Christopher Gorey, de beroemde artiest uit Nova Scotia, ontwierp de achterkant van de dollar met de originele lokomotief uit 1881 en op de achtergrond de kaart uit Canada. De zilveren herdenkingsdollar wordt uitgebracht in twee uitvoeringen: - de 'proof' dollar met glanzende achtergrond en mat reliëf apart in een luxe doosje verpakt. - de 'brilliant uncirculated' dollar, met glanzende achtergrond en glanzend reliëf die in een doorzichtig vierkant doosje wordt geleverd. Beide uitvoeringen wegen 23,33 gram, hebben een doorsnede van 36 mm en zijn gemaakt van 500/1000 zilver. Er wordt ook een 'proof' serie aangeboden van 7 stuks waarvan de zilveren herdenkingsdollar, de nikkelen dollar en de kleine munten van 1 tot 50 cent. De serie zit in een luxueus zwart lederen etui. De 'uncirculated' serie omvat zes munten: van de cent tot en met de nikkelen dollar, en is in doorzichtig polyester verpakt. De aanmunting van de zilveren dollar zal strikt beperkt blijven tot de orders die de Royal Canadian Mint vóór 31 oktober 1981 ontvangt. Nederland; Amsterdam-Rotterdam Bank n.v. r.b.s. particulieren, Staalmeesterlaan 410 (13e etage), 1000 EA Amsterdam Voor levering aan bank en munthandel: E. D. J. van Roekei b.v. POB 27, 1200 AA Hilversum. telex coins nl. België: Bank Brussel Lamben n.v.. Regentschapstraat Brussel Kredietbank n.v. Arendbergstraat Brussel i^êl^ Canada Royal Canadian Mint Monnaie royale canadienne 100

Nog meer weergeven
Vergelijkbare documenten

www.egmp.be DE MUNTKLAPPER EUROPEES GENOOTSCHAP VOOR MUNT- EN PENNINGKUNDE vzw Koninklijke Vereniging

www.egmp.be DE MUNTKLAPPER EUROPEES GENOOTSCHAP VOOR MUNT- EN PENNINGKUNDE vzw Koninklijke Vereniging www.egmp.be DE MUNTKLAPPER EUROPEES GENOOTSCHAP VOOR MUNT- EN PENNINGKUNDE vzw Koninklijke Vereniging Driemaandelijks tijdschrift - 82 - april-mei-juni 2014 De muntslag van Filips V: een aangepast overzicht

Nadere informatie

Catalogus van de munten van de Oostenrijkse Nederlanden

Catalogus van de munten van de Oostenrijkse Nederlanden Catalogus van de munten van de Oostenrijkse Nederlanden Van Maria Theresia (1740) tot Frans II (1797) Peter Degroote september 2005 Voorwoord Deze catalogus is gebaseerd op mijn internetcatalogus die zich

Nadere informatie

(bandeliersluiting) (verschillende zalfpotjes)

(bandeliersluiting) (verschillende zalfpotjes) In de stortgrond afkomstig uit deze put langs de Kanaalschans werden veel metalen voorwerpen aangetroffen met de metaaldetector. Onder andere is met de detector een ronde penning van lood gevonden. Op

Nadere informatie

Tijdelijk Museum. Het spel

Tijdelijk Museum. Het spel Tijdelijk Museum Het spel Welkom in de Nationale Bank van België! De Nationale Bank van België is geen gewone bank! Jij kan hier immers geen bankrekening openen. Alleen de gewone banken kunnen dit. Bovendien

Nadere informatie

Deze Portugese gouden munt was vanaf 1785 een belangrijke handelsmunt op Curaçao. Bij introductie was de munt 90 realen waard.

Deze Portugese gouden munt was vanaf 1785 een belangrijke handelsmunt op Curaçao. Bij introductie was de munt 90 realen waard. Gouden Johannis Voor betalingen van grote bedragen werd met name de in Brazilië geslagen Portugese gouden Johannis gebruikt, vernoemd naar koning Johan V (1706-1750) van Portugal, die het goudstuk in 1722

Nadere informatie

AANVULLINGEN en ERRATA BOEK ADDITIONS and ERRATA LIVRE/BOOK

AANVULLINGEN en ERRATA BOEK ADDITIONS and ERRATA LIVRE/BOOK AANVULLINGEN en ERRATA BOEK ADDITIONS and ERRATA LIVRE/BOOK Laatste up-date 10.12.2015 KAREL DE STOUTE Lokale emissies VH 42 Auxonne: Q12 wordt Q 11 Q11 FILIPS DE SCHONE Zesde emissie VH 127-ME: 1492 -

Nadere informatie

AANVULLINGEN en ERRATA BOEK ADDITIONS and ERRATA LIVRE/BOOK

AANVULLINGEN en ERRATA BOEK ADDITIONS and ERRATA LIVRE/BOOK AANVULLINGEN en ERRATA BOEK ADDITIONS and ERRATA LIVRE/BOOK ISBN-NUMMER : 9789090287843 EAN : 9789090287843 Laatste up-date 23.11.2015 KAREL DE STOUTE Lokale emissies VH 42 Auxonne: Q12 wordt Q 11. Q11

Nadere informatie

goedkope Canadese gans

ガチョウコート
canadian goose coats
canada goose myynti miesten
Kanada Gans Whistler Parka
canada goose hattu

Birmingham Location

225 Summit Blvd., Suite 700, Birmingham, AL 35243

(205) 870-3300 Main Line
(205) 877-8553 Fax Line
(205) 870-9477 Regina Jewelry & Treasures Direct Line
(205) 877-8554 DK Shoes Direct Line

info@gusmayer.com

Store Hours

Mon - Sat: 10am-7pm | Sun: 12pm-5pm

Nashville Location

2132 Green Hills Village Drive, Nashville, TN 37215

(615) 383-4771 Main Line
(615) 383-2924 Fax Line

info@gusmayer.com

Store Hours

Mon - Sat: 10am-6pm | Sun: Closed



Vergelijk Canadese Gans 3, Uithoorn

HuisX

Canadese Gans 3 prijspositie:

Prijspositie plaats - landelijk
Prijspositie buurt - landelijk
Prijspositie woning - buurt
BekijkPrijshistorie
PrijspositieHet is een duur huis versus andere huizen in de buurt. U kunt een combinatie verwachten van een bovengemiddelde kwaliteit, ligging en/of tuin versus andere huizen met een tuin in de buurt. De woning ligt in een qua meterprijs dure wijk. Het prijskarakter van de plaats is eveneens duur.
Laatste peildatum02-September-2014
PrijsverschilHet prijsverschil versus andere huizen met een tuin uit hetzelfde postcodegebied bedraagt 45% (EUR 3951 vs EUR 2721). Het betreft hier de vraagprijs per vierkante meter woonoppervlak.
RangpositieDeze woning bezet op basis van de gevraagde meterprijs de 4e plek van de in totaal 55 te koop staande woningen (woontype: Huis_met_tuin) in deze buurt.
Afwijkende prijszettingDe meterprijs van deze koopwoning wijkt EUR 1230 af: dat is een factor 1.85 versus de gemiddelde afwijking van EUR 664 in de wijk Meerwijk-Oost, Meerwijk-West. Deze te koop staande woning bezet hiermee de 5ste plek binnen de top 10 van afwijkende prijszettingen in Meerwijk-Oost, Meerwijk-West. Landelijk gezien komt een dergelijke afwijking van het gemiddelde met factor 1.85 of hoger in 6.20% van de gevallen voor.
BekijkAanbod straat: Canadese-gans
RangstraatDe Canadese Gans bezet momenteel plek 7 o.b.v. de gemiddelde vraagprijs en plek 7 o.b.v. meterprijs. Het totaal aantal straten met aanbod bedraagt 33.De drie duurste straten in de wijk Meerwijk zijn: 1 Rotgans (EUR 1389000) 2 Zanglijster (EUR 795000) 3 Gaastmeer (EUR 617000) (o.b.v. de gemiddelde vraagprijs). Naar meterprijs zijn de drie duurste straten: 1 Boterdijk (EUR 3980) 2 Rotgans (EUR 3969) 3 Zanglijster (EUR 3955).
AanbodtermijnDe Canadese Gans 3 staat korter te koop dan het buurtgemiddelde (1.0 jaar vs 2.0 jaar). Echter, in postcodegebied 1423 staan de woningen gemiddeld wel langer te koop dan in Uithoorn (2.0 jaar vs 1.8 jaar).
PerceelverschilHet verschil in perceeloppervlak versus andere huizen met een tuin uit hetzelfde postcodegebied bedraagt 29%. (365 vs 283 vierkante meter perceeloppervlak)
DefinitiesEen dure woning heeft een minimaal 15% hogere meterprijs dan de gemiddelde meterprijs voor hetzelfde woontype (huis met tuin, huis met land of een appartement) in dezelfde buurt. Een huis met land heeft een minimaal perceeloppervlak van 1000 vierkante meter. Goedkoop betreft een minimaal 15% lagere meterprijs. Een neutrale prijspositie heeft een maximale afwijking van de meterprijs tot 15%. Een dure buurt (of plaats) behoort o.b.v. de gemiddelde meterprijs tot de 33% hoogst gerangschikte buurten of plaatsen. Een goedkope buurt tot de 33% laagst gerangschikte buurten. Een neutrale buurt of plaats valt daar tussenin.
WoontypeHuis_met_tuin
meterprijs- en perceelverschil
Prijs569000
Binnenopp144
Perceelopp365
BekijkPrijspositie een kwartaal geleden. Exclusief bij HuisX.
BuurtnaamMeerwijk-Oost, Meerwijk-West
Postcodegebied1423
Buurtdetailszie hier
BekijkVergelijkbare huizen in de buurt
PlaatsdetailsUithoorn
Huidige datum28 November 2017
Funda nuFunda aanbod makelaars
Huizenzoeker nuHuizenzoeker aanbod makelaars
OrientatieGoogle Maps en Street View
WaarCanadese Gans , Uithoorn
Objectid3108185
Postcodescan3
prijs archiefCanadese Gans 25, Uithoorn
EUR 499000
prijs archiefElbe 27, Uithoorn
EUR 429000
prijs archiefEbro 179, Uithoorn
EUR 235000
prijs archiefCanadese Gans 27, Uithoorn
EUR 520000
huizenprijs treemap rood

Prijs EUR
Meterprijs EUR
Prijspositie versus de buurt