Muziek Nostalgie 2 goedkope Canadese gans

Ga naar de inhoudsopgave

canadian goose on saleisible">Hoofdmenu:

  • HIMMELS
  • N
    goedkope Canadese gans

    canada goose hinta
    canada goose expedition
    канадский гусь hybridge куртка

    Vergelijk Canadese Gans 3, Uithoorn

    HuisX

    Canadese Gans 3 prijspositie:

    Prijspositie plaats - landelijk
    Prijspositie buurt - landelijk
    Prijspositie woning - buurt
    BekijkPrijshistorie
    PrijspositieHet is een duur huis versus andere huizen in de buurt. U kunt een combinatie verwachten van een bovengemiddelde kwaliteit, ligging en/of tuin versus andere huizen met een tuin in de buurt. De woning ligt in een qua meterprijs dure wijk. Het prijskarakter van de plaats is eveneens duur.
    Laatste peildatum02-September-2014
    PrijsverschilHet prijsverschil versus andere huizen met een tuin uit hetzelfde postcodegebied bedraagt 45% (EUR 3951 vs EUR 2721). Het betreft hier de vraagprijs per vierkante meter woonoppervlak.
    RangpositieDeze woning bezet op basis van de gevraagde meterprijs de 4e plek van de in totaal 55 te koop staande woningen (woontype: Huis_met_tuin) in deze buurt.
    Afwijkende prijszettingDe meterprijs van deze koopwoning wijkt EUR 1230 af: dat is een factor 1.85 versus de gemiddelde afwijking van EUR 664 in de wijk Meerwijk-Oost, Meerwijk-West. Deze te koop staande woning bezet hiermee de 5ste plek binnen de top 10 van afwijkende prijszettingen in Meerwijk-Oost, Meerwijk-West. Landelijk gezien komt een dergelijke afwijking van het gemiddelde met factor 1.85 of hoger in 6.20% van de gevallen voor.
    BekijkAanbod straat: Canadese-gans
    RangstraatDe Canadese Gans bezet momenteel plek 7 o.b.v. de gemiddelde vraagprijs en plek 7 o.b.v. meterprijs. Het totaal aantal straten met aanbod bedraagt 33.De drie duurste straten in de wijk Meerwijk zijn: 1 Rotgans (EUR 1389000) 2 Zanglijster (EUR 795000) 3 Gaastmeer (EUR 617000) (o.b.v. de gemiddelde vraagprijs). Naar meterprijs zijn de drie duurste straten: 1 Boterdijk (EUR 3980) 2 Rotgans (EUR 3969) 3 Zanglijster (EUR 3955).
    AanbodtermijnDe Canadese Gans 3 staat korter te koop dan het buurtgemiddelde (1.0 jaar vs 2.0 jaar). Echter, in postcodegebied 1423 staan de woningen gemiddeld wel langer te koop dan in Uithoorn (2.0 jaar vs 1.8 jaar).
    PerceelverschilHet verschil in perceeloppervlak versus andere huizen met een tuin uit hetzelfde postcodegebied bedraagt 29%. (365 vs 283 vierkante meter perceeloppervlak)
    DefinitiesEen dure woning heeft een minimaal 15% hogere meterprijs dan de gemiddelde meterprijs voor hetzelfde woontype (huis met tuin, huis met land of een appartement) in dezelfde buurt. Een huis met land heeft een minimaal perceeloppervlak van 1000 vierkante meter. Goedkoop betreft een minimaal 15% lagere meterprijs. Een neutrale prijspositie heeft een maximale afwijking van de meterprijs tot 15%. Een dure buurt (of plaats) behoort o.b.v. de gemiddelde meterprijs tot de 33% hoogst gerangschikte buurten of plaatsen. Een goedkope buurt tot de 33% laagst gerangschikte buurten. Een neutrale buurt of plaats valt daar tussenin.
    WoontypeHuis_met_tuin
    meterprijs- en perceelverschil
    Prijs569000
    Binnenopp144
    Perceelopp365
    BekijkPrijspositie een kwartaal geleden. Exclusief bij HuisX.
    BuurtnaamMeerwijk-Oost, Meerwijk-West
    Postcodegebied1423
    Buurtdetailszie hier
    BekijkVergelijkbare huizen in de buurt
    PlaatsdetailsUithoorn
    Huidige datum28 November 2017
    Funda nuFunda aanbod makelaars
    Huizenzoeker nuHuizenzoeker aanbod makelaars
    OrientatieGoogle Maps en Street View
    WaarCanadese Gans , Uithoorn
    Objectid3108185
    Postcodescan3
    prijs archiefCanadese Gans 25, Uithoorn
    EUR 499000
    prijs archiefElbe 27, Uithoorn
    EUR 429000
    prijs archiefEbro 179, Uithoorn
    EUR 235000
    prijs archiefCanadese Gans 27, Uithoorn
    EUR 520000
    huizenprijs treemap rood

    Prijs EUR
    Meterprijs EUR
    Prijspositie versus de buurt


State-of-the-art e-learning. E-learning bezien vanuit technologisch, onderwijskundig, organisatorisch en markt perspectief

Maat: px Weergave met pagina beginnen:

Download "State-of-the-art e-learning. E-learning bezien vanuit technologisch, onderwijskundig, organisatorisch en markt perspectief"

Transcriptie

1 State-of-the-art e-learning E-learning bezien vanuit technologisch, onderwijskundig, organisatorisch en markt perspectief

2

3 Colofon Verandering: Project referentie: Datum: Versie: 2.0 TI referentie: Bedrijfsreferentie: URL: Toegangsrechten: Status: Redacteur: Bedrijf: Auteur(s): PrE-learn PrE-learn D1 publiek final Janine Swaak Telematica Instituut Martin Alberink, Guido Annokkée, Rogier Brussee, Marjan Grootveld, Henk de Poot, Patrick Strating, Janine Swaak, Mettina Veenstra en Carla Verwijs Synopsis: Dit rapport start met een globaal beeld van de geschiedenis van e-learning, van de didactische meerwaarde van de inzet van e-learning en van kansen van e-learning op organisatieniveau. De conclusie is dat de meerwaarde van e-learning vooral zit in de praktische inzetbaarheid en kostenbesparende aspecten ervan. Na deze onderwijskundige en organisatorische visie, wordt vanuit technisch perspectief uitgebreide overzichten en analyses van e-learning platformen, auteursomgevingen, metadata, architecturen en infrastructuren gepresenteerd. Hier concluderen we dat de huidige e-learning systemen nog verre van perfect zijn, dat openheid, interoperabiliteit en uitwisselbaarheid de belangrijkste criteria zijn voor toekomstige e-learning systemen, en dat de meeste standaarden hiervoor nog in ontwikkeling zijn. Tenslotte wordt vanuit de markt gekeken naar educatieve waardeketens en enkele lopende samenwerkingsprojecten op gebied van e-learning gepresenteerd. De conclusie is dat de onderwijsmarkt complex is. Er zijn vele soorten van producten in omloop en de actoren in het veld spelen vaak verschillende rollen tegelijk. Ons beeld van de initiatieven is dat de sterkste projecten die zijn waarbij schaaleffecten worden bereikt door de technisch niet zo onderlegde docent/coach en leerling/cursist meer mogelijkheden te geven Telematica Instituut Persoonlijk gebruik van dit materiaal is toegestaan. U heeft toestemming nodig van of via het Telematica Instituut (http://www.telin.nl) voor het kopiëren en/of publiceren van dit materiaal voor reclame of promotionele doeleinden of voor het maken van verzamelde werken met als doel verkoop of distributie via servers of lijsten of voor het hergebruik van enig auteursrechtelijk beschermd deel van dit werk in andere werken.

4

5 Voorwoord Op dit moment besteden veel bedrijven in de vorm van kostbare cursussen aandacht aan de opleiding van hun personeel. In de bedrijfsopleidingsector gaat veel geld om: jaarlijks zo n vier tot vijf miljard gulden. Die markt groeit jaarlijks met tien tot vijftien procent. Uit marktonderzoek blijkt dat 75 procent van het Nederlandse bedrijfsleven verwacht dat elektronische leervormen gebruikt zullen gaan worden. De meeste maken nu echter nog gebruik van traditionele leermethoden. In de VS en Canada investeren bedrijven, universiteiten en overheden fors in e-learning. Volgens een Amerikaanse studie van het Masie Center zal dit jaar 92% van de grote bedrijven een vorm van online leren implementeren. Ook andere studies voorspellen booming business in de markt voor online leren voor de komende jaren. Daarnaast heeft de Nederlandse overheid e-learning hoog op de agenda staan. Dit rapport heeft tot doel te inventariseren wat er vandaag de dag te koop is op het gebied van e-learning. Een tweede doel is op basis van deze inventarisatie te beslissen of het Telematica Instituut moet inzetten op e-learning of juist niet. In dit rapport kijken we allereerst waar de voorspellingen van een florerende e-learning markt op gebaseerd zijn. We doen dit door een globaal beeld te geven van de geschiedenis van e-learning en van de technische ontwikkelingen, om vervolgens te kijken wat deze technieken opbrengen. Bij de opbrengsten maken we onderscheid tussen enerzijds de didactische meerwaarde van de inzet van e-learning en anderzijds de kansrijke praktische situaties en kansen van e-learning op organisatieniveau. Na deze onderwijskundige en organisatieblik, zetten we onze technische bril op en geven we overzichten en analyses van e-learning platformen, auteursomgevingen, metadata, architecturen en infrastructuren. Tenslotte pakken we onze marktbril en beschrijven we educatieve waardeketens en enkele lopende samenwerkingsprojecten op gebied van e- learning. PRE-LEARN V

6 6 TELEMATICA INSTITUUT

7 Inhoudsopgave 1 Inleiding: geschiedenis en kansen van e-learning Definitie e-learning Geschiedenis e-learning Didactische voordelen Praktische situaties en kansen op organisatie niveau Praktische situaties Overzicht doelstellingen e-learning Just-in-time, just-in-case, just-enough Kennismanagement Bindmiddel voor hoogopgeleiden Wanneer niet Leercultuur Conclusies Scope en overzicht van dit rapport 25 2 E-learning platformen Wat is een e-learningplatform? Analyse van e-learning platformen Resultaten analyse Tussen de platformen Binnen de platformen Samenvattend Beperkingen van een meta-analyse Conclusies Uitkomsten van meta-analyse van e-learning platformen 33 3 Auteursomgevingen Wat zijn auteursomgevingen? Auteursomgevingen voor educatieve toepassingen Analyse van huidige functionaliteiten van auteursomgevingen Aanleggen van lesmateriaal Exportmogelijkheden Standaarden Kosten Analyse van huidige beperkingen van auteursomgevingen Conclusies Uitkomsten van de meta-analyse van auteursomgevingen 45 4 Metadata Inleiding Metadatastandaarden Dublin Core IEEE LOM EML MPEG Structuur 56 7

8 4.4 Conclusies 57 5 E-learning architectuursystemen Introductie De LTSA De LTSA systeem componenten De LTSA ingevuld De ADL SCORM architectuur De SCORM SCO Het Content Structured Format (CSF) document Metadata De SCORM runtime environment Overzicht belangrijke standaarden Conclusies 69 6 Infrastructuur op scholen, de huidige stand van zaken Inleiding Primair onderwijs Computers en randapparatuur Netwerken Voortgezet onderwijs Computers en randapparatuur Netwerken Software Mogelijkheden van infrastructuur en technologie voor onderwijsdoeleinden Inleiding Beschikbaarheid van computers voor leerlingen Typen computers E-books Randapparatuur Netwerkverbindingen Mobiele terminals en netwerken ICT-technologieën voor onderwijsdoeleinden Voice and video over networks Virtual Private Networks Initiatieven voor ICT op scholen Kennisnet Surfnet Conclusies 80 7 Het Jacobus College te Enschede Introductie Over het Jacobus College Gebruik van ICT Educatieve software Gebruik van het web Kennisnet Wensen, behoeften en voorziene knelpunten Conclusies 86 8 TELEMATICA INSTITUUT

9 7.9 Bijlage: gebruikt interviewschema 86 8 Educatieve waardeketen Een complex veld De educatieve content waardeketen Het veld Regulier onderwijs - actoren en omzet Actoren en Omzet opleidingsmarkt bedrijfsopleidingen De belanghebbenden Waarom inspelen op ICT-ontwikkelingen? Uitdagingen Professioneel onderwijs en bedrijfsopleidingen Regulier onderwijs Conclusie 97 9 Enkele lopende ICT-onderwijsinitiatieven Vespucci VESPUCCI, samenwerking tussen HBO en uitgeverij Discussie over Vespucci Ciao CIAO dienstverlening aan lagere scholen Discussie over CIAO Belle Belle - initiatief vanuit CANARIE Discussie over Belle De Digitale Universiteit Financiering Kansen Kennisnet Kennisnet - Landelijke portal voor scholen Discussie over Kennisnet TeleTOP TeleTOP - ondersteunen van universitaire colleges Discussie over Teletop Conclusies Conclusies Wat hebben we gedaan? E-learning totaaloplossingen Initiatieven Belangrijke onopgeloste problemen Kansen Telematica Instituut Voordelen voor de Nederlandse samenleving Voordelen voor het Telematica Instituut Slotwoord 114 Gebruikte afkortingen 117 Referenties 121 Appendix: WWW-bronnen over e-learning 123 Algemeen 123 9

10 Overheid 124 Basis-/voortgezet onderwijs 125 Hoger onderwijs/universiteit 126 Beroeps-/volwassenenonderwijs 128 Onderzoek 130 Ondersteuning/advies 131 Educatieve uitgeverijen 131 Educatieve software 131 Leer-/ontwikkelomgevingen 132 Educatieve data 135 Standaarden 135 Internationaal TELEMATICA INSTITUUT

11 11

12 12 TELEMATICA INSTITUUT

13 1 Inleiding: geschiedenis en kansen van e-learning We starten dit rapport bij het begin: bij de definitie van e-learning en de geschiedenis van e- learning. Vervolgens kijken we in deze inleiding naar de opbrengsten van e-learning. Bij de opbrengsten maken we onderscheid tussen enerzijds de didactische meerwaarde van de inzet van e-learning en anderzijds de kansrijke praktische situaties en kansen van e-learning op organisatieniveau. We besluiten dit inleidende hoofdstuk met een overzicht van de rest van het rapport. 1.1 Definitie e-learning E-learning staat letterlijk voor elektronisch leren, al beschouwen we niet elke vorm van elektronisch leren als e-learning. Gebruiken van ICT-hulpmiddelen is geen e-learning. Dat wordt het pas, wanneer internettechnologie ingezet wordt voor het overbrengen en de opbouw van kennis en vaardigheden. In dit rapport hanteren we daarom de volgende definitie: E-learning is het gebruik van internettechnologie om educatieve content te creëren, te managen, beschikbaar te stellen, te beveiligen, te selecteren en te gebruiken, om gegevens van de lerenden op te slaan en de lerenden te volgen, en om communicatie en samenwerking mogelijk te maken. Het doel is de overdracht en opbouw van kennis en vaardigheden te ondersteunen, uit te breiden en te flexibiliseren. De e van e-learning staat dus niet voor eenzaam omdat e-learning zowel asynchroon, synchroon als collaboratief (waarin synchroon en asycnchroon elkaar afwisselen) plaatsvinden. Ook staat de e niet voor eigen verantwoordelijkheid. Een coach, docent of instructeur, groepsinteractie en samenwerking met en feedback van een collega of leeftijdsgenoot (peer) maken er een gedeelde verantwoordelijkheid van. De e staat ook niet voor elektronisch boek. Simulaties, animaties, virtuele werkgebieden, discussielijsten etc. worden ook ingezet voor e-learning. Tenslotte staat de e niet voor eenzijdig. Naast gebruik van worden live groepsbijeenkomsten georganiseerd, naast zelfstudie worden groepsdiscussies gemodereerd, naast denken worden dingen gedaan etc. (Wilfred Rubens, KPMG Consulting, 7 juni 2001). Een instructeur kan bijvoorbeeld het Internet gebruiken om een complete cursus of een enkele cursusmodule op te zetten en te geven. Hij kan zelf eenvoudig het materiaal bewerken, er nieuwe voorbeelden of een plaatje of weblink aan toevoegen. Het contact met cursisten wordt onderhouden middels en de cursisten beschikken over een projectruimte op het World Wide Web waarin ze de documenten bewaren waar ze gezamenlijk aan werken. Maar een instructeur kan ook na een klassikale cursusreeks, cursisten stimuleren via een discussielijst praktijkervaringen te laten uitwisselen. 13

14 Voordat we de meerwaarden van e-learning inventariseren, geven we een beeld van de geschiedenis van e-learning. 1.2 Geschiedenis e-learning Het gebruik van computers voor leerdoeleinden is niet nieuw. Vanaf de 60-er en 70-er jaren zijn onderwijskundigen en informatici bezig computers in te zetten voor instructie. In de beginjaren werden voornamelijk mainframecomputers gebruikt en voor het ontwikkelen van instructiemateriaal moest men kunnen programmeren in standaard programmeertalen. Deze programmeertalen waren eigenlijk ongeschikt waren voor dit doel. De eerste specifieke omgeving voor de ontwikkeling van computergebaseerde instructie (CBI), waarin tekst en plaatjes geïntegreerd konden worden, is in die tijd ontwikkeld. De ontwikkelde instructiematerialen waren geschikt voor mainframes. Eind jaren 70 kwamen microcomputers breed beschikbaar. Het duurde echter jaren voordat software ontstond waarmee instructiematerialen gemaakt konden worden die net zo geavanceerd waren als de computergebaseerde instructie van de mainframes. Begin jaren 80 veroverden de Personal Computer van IBM en Apple s Macintosh computer de wereld. De Mac was veel gemakkelijker in gebruik, met de muis, dan de PC en kon overweg met de integratie van multimedia (tekst, plaatjes, geluid). Ondanks de voordelen van de Mac won de personal computer (PC) terrein. Het gebruik van personal computers groeide, met name toen bedrijven systemen gingen ontwikkelen om deze PC s met elkaar te laten communiceren. Eerst werden local area networks (LANs) ontwikkeld om computers die fysiek dicht bij elkaar stonden te verbinden. Vervolgens ontstonden er WANs (wide area networks) die de LANs aan elkaar knoopten en verbonden met fysiek ver gelegen computers. Het Internet, een wereldwijde collectie van LANs en WANs, groeide gedurende de jaren 80. Begin jaren 90 werd een speciaal deel op het Internet gecreëerd: het World Wide Web. Dit was een belangrijke stap: het Internet, dat tot die tijd voornamelijk was gebruikt door regeringen en academische instellingen voor het uitwisselen van tekst, werd een virtuele wereld toegankelijk voor velen. Honderden miljoenen mensen gebruiken Internet om tekst, plaatjes of video uit te wisselen, om informatie op te zoeken, om te shoppen, om communities te vormen en natuurlijk om te leren. Naast het WWW heeft een ander belangrijke ontwikkeling plaatsgevonden: het ontstaan van e-learning platformen. E-learning wordt ondersteund door een e-learning platform. E-learning platformen maken e-learning overzichtelijk en beheersbaar voor een organisatie. Zij ondersteunen het proces van de ontwikkeling van leermaterialen, de aanbieding ervan, de communicatie tussen trainers en cursisten, het toetsen en volgen van cursisten en de organisatie en beheer van het onderwijs (zie ook Droste, 2000). Meestal is de functionaliteit van een e-learning omgeving verdeeld over een auteurs kant (auteursomgeving) en een omgeving die het leermateriaal aanbied, de lerende toetst en volgt, en het contact met een coach mogelijk maakt. 14 TELEMATICA INSTITUUT

15 Professionele en rijpere e-learning platformen bieden geïntegreerde oplossingen aan die een zo groot mogelijk deel van het proces afdekken. Deze integratie heeft voor de ontwikkelaars van het platform het voordeel dat men alle delen goed op elkaar kan afstemmen. Het nadeel van deze aanpak voor de gebruiker is echter dat men vastzit aan de functionaliteit die het e- learning platform biedt, zelfs als men buiten het platform al vergelijkbare of beter functionaliteit in huis heeft. Een duidelijk voorbeeld vinden we bij auteursomgevingen. Zij hebben een bestand in- en export functionaliteit omdat standaard tekstverwerkers en grafische paketen meer functionaliteit en een vertrouwdere omgeving bieden dan degene die de auteurs omgeving zelf biedt. Een ander belangrijk voorbeeld is het web. Het Internet en het World Wide Web hebben de groei van effectieve educatieve software zowel bevorderd als ook geremd. Zij hebben de ontwikkeling geremd door het niet aanbieden van goede gereedschappen, geschikt voor het WWW, om multimediaal instructiemateriaal te maken. HTML en Java, de twee belangrijkste programmeertalen van het web, zijn niet direct geschikt voor educatief materiaal. Terwijl bestaande auteursomgevingen voor instructiemateriaal (zoals Authorware) vaak nog problemen opleveren omdat plug-ins (toevoegingen aan de software) nodig zijn voor de webbrowsers. Internet en het WWW bevorderen de ontwikkeling van goed instructiemateriaal door het toegankelijk maken van het computernetwerk aan zo veel mensen. Het web is in korte tijd tot het universele platform voor de distributie van multimedia materiaal uitgegroeid. Bovendien heeft het een distributiemodel dat goed aansluit bij e-learning: een centrale server met standaard clients, die de mogelijkheid hebben om functionaliteit toe te voegen (met behulp van applets, servlets en scripts). Het gebruik van het web biedt een aantal grote voordelen. Het web is laagdrempelig: makkelijk te gebruiken en goedkoop. Het web wordt ruim toegepast. Er is veel geld en energie gestoken in basistechnologie als webbrowsers en servers, en deze is ruim voorhanden. Aanbieders van andere software zorgen ervoor dat hun applicaties goed met het web kunnen samenwerken (bijv. door HTML en XML te ondersteunen), en zijn veel gebruikers en ontwikkelaars met deze technologie vertrouwd. Het web is van nature geschikt om content (in het bijzonder educatief materiaal) wereldwijd te verspreiden. Wij zien dat e-learning platformen naar het web toe groeien. Enerzijds gaan steeds meer bestaande e-learning platformen het aanbieden van materiaal met behulp van een webbrowser ondersteunen. Anderzijds voorzien wij platformen die hun functionaliteit voor het grootste deel ontlenen aan een webbrowser en bestaande applicaties als tekstverwerkers, communicatie tools en databases. Daarvoor is echter wel het een en ander nodig. In een omgeving waarvan niet alle componenten van een aanbieder komen, is het nodig dat die componenten informatie en functionaliteit op een standaard manier uitwisselen. Voor het web zelf, zijn er vele zulke standaarden (onder andere HTML, XML, Java). In een educatieve omgeving moet het materiaal op een standaard manier worden beschreven, bibliografisch, 15

16 inhoudelijk en didactisch (zogenaamde metadata) gezien. Er moet op een standaard wijze informatie over de cursisten worden bijgehouden en uitgewisseld. Het blijkt verder nuttig om leermateriaal op te bouwen uit herbruikbare, zoekbare modules en deze moeten op een standaard wijze worden verpakt, beveiligd en van rechten worden voorzien. Ook de bijbehorende functionaliteit om iets met deze standaarden te doen moet worden geïmplementeerd. Tenslotte, moet er ook op het web en op deze standaarden gebaseerd educatief materiaal worden ontwikkeld. In dit rapport komen we uitgebreid terug op de technische ontwikkelingen. Samenvattend: e-learning platformen maken e-learning technisch en organisatorisch beheersbaar. Het web aangevuld met een pakket van op de educatieve markt toegesneden standaarden zal vermoedelijk de basis van e-learning platformen gaan vormen. Deze ontwikkeling kan e-learning laagdrempelig en goedkoper maken. Een voorwaarde is dat er voldoende materiaal wordt aangeboden. De technologie komt eraan, maar welke voordelen zijn er werkelijk te behalen met de inzet van deze technologieën? We geven allereerst antwoord op de vraag of er didactische voordelen zijn te behalen met e-learning. Vervolgens bespreken we een scala aan praktische situaties waarin e-learning kansrijk lijkt. Deze situaties koppelen we aan kansen van e- learning op organisatieniveau. 1.3 Didactische voordelen Vanuit didactisch oogpunt zijn extra mogelijkheden voor communicatie en samenwerking tussen individuen of een groep van lerenden van harte welkom. De technieken ondersteunen, flexibiliseren en vergroten leermogelijkheden. Daarom wordt er volop gewerkt aan middelen die geschikt zijn voor het overdragen van leerstof en aan gereedschappen voor het opbouwen van kennis en vaardigheden (zie Kader 1 voor deze twee visies op leren). De nieuwe vorm van leren en lesgeven kent een aantal voordelen. Veel ervan moeten zich echter nog bewijzen en zijn dus speculatief. De didactische meerwaarde (gaan mensen er werkelijk meer of beter van leren) moet nog verder bestudeerd worden. Gelukkig wordt er veel ervaring opgedaan met e-learning. Salomon en Perkins (1996) verwijzen naar dit fenomeen als de Mount Everest -rationale: men beklimt de Mount Everest, omdat hij er is. En zo gebruikt men ook computertechnologie: omdat het er is. In 1980 voorspelde Taylor dat er voor computers een rol was weggelegd voor leren. Ook was hij heel positief over de didactische meerwaarde van computers in het onderwijs. Het blijkt dat de meerwaarde van computergebruik ten opzichte van andere educatieve benaderingen zonder computer, zich moeilijk laat vastleggen. Het blijkt lastig om eenduidige en substantiële positieve educatieve effecten van computers aan te tonen. Kulik en Kulik (1986, 1991) voerden meta-analyses uit van gecontroleerde experimenten, waarin alleen de rol van de computer varieerde. Kulik en Kulik vonden overall slechts een klein effect ten gunste van de inzet van computers. Het effect was niet eenduidig te interpreteren: soms was een boek beter dan de computer, soms ook niet, in sommige gevallen was een instructievideo beter dan een computerles, en dan weer niet, et cetera. 16 TELEMATICA INSTITUUT

17 Visies op leren en de rol van de computer Traditionele instructie behelst gewoonlijk de expliciete overdracht van informatie en de reproductie van de informatie door de lerende of trainee. Lerenden worden uitgenodigd de aangeboden informatie te absorberen. Actieve participatie van de lerende en/of interactie met het leermateriaal speelt vaak geen rol. Uitgangspunt is dat de wereld objectieve informatie bevat, die men moet beheersen om goed te kunnen functioneren. De rol van de computer is hier van een overdrager van informatie en overdrager van de instructie waarin de informatie verpakt is. Tegenstanders van dit objectivisme benadrukken dat mensen de realiteit interpreteren en er zelf een begrip van vormen (b.v. Jonassen, Campbell, Davidson, 1994). Met andere woorden, mensen bouwen zelf hun eigen kennis op. Deze actieve kennisopbouw vormt de kern van het constructivisme (Duffy & Cunningham, 1996). Actieve participatie van de lerende in het leerproces is hier essentieel. De rol van de computer is er een van cognitief gereedschap (b.v. Jonassen & Reeves, 1996). Een cognitief gereedschap versterkt de intellectuele vermogens van mensen en breidt deze vermogens uit (Saljö, 1996). Zo is de kalender voor veel mensen een hulpmiddel bij het onthouden van de datum. Computertechnologie kan een cognitief gereedschap zijn voor een lerende door bijvoorbeeld het rekenwerk voor zijn rekening te nemen. Andere gereedschappen presenteren objecten of data op verschillende manieren (grafieken, simulaties, animaties), maken communicatie tussen mensen mogelijk, of bewaren (tussen)producten van de lerende op een manier waardoor het gemakkelijk terug te vinden is. Wij zien bovenstaande stromingen van objectivisme en constructivisme minder in tegenstelling met elkaar dan de aanhangers van deze paradigma s. Er is een objectieve wereld met bepaalde waarheden die men moet kennen om te overleven en succesvol te zijn. Mensen zijn echter geen sponsen. Leren is een actief, constructivistisch proces. Computers die bijdragen aan het leren van mensen, moeten mensen uitdagen in eigen tempo en actief relevante informatie te zoeken en hier begrip aan te geven, zodat de informatie toepasbaar is in de situatie waarin de lerende verkeert. Kader 1-1. Visies op leren Wat deze meta-analyses beïnvloedt, maar waarvoor niet gecontroleerd wordt in de analyses, zijn de lerenden, variërend van volwassen trainees tot basisschoolleerlingen, de vakken die gegeven worden (aardrijkskunde of taal, vaardigheden of kennis) en de manier waarop de computers worden ingezet (bijvoorbeeld als overdrager van informatie of als cognitief gereedschap ). Een andere kanttekening bij deze meta-analyses is dat het alleen gecontroleerde experimenten bevat. Dat betekent dat de experimenten gericht zijn op één enkel aspect dat wordt onderzocht en de overige variabelen worden onder controle gehouden. Deze situatie is niet vergelijkbaar met de praktijk. Daar speelt bijvoorbeeld niet alleen het leereffect een rol, maar ook of cursisten gemotiveerd de cursus ingaan, de mate waarin cursisten het niveau van de cursus verhoogd hebben etc. De introductie en het gebruik van computers voor leren beïnvloedt de gehele leeromgeving. Indien onderzoekers deze meeromvattende effecten van computers proberen te voorkomen 17

18 (of te negeren) omwille van een gecontroleerd experiment, vergroot dat de kans op teleurstellende resultaten. Toch heeft een meer recente meta-analyse van 36 studies van Liao (1998) positieve effecten aangetoond van hypermedia instructie ten opzichte van traditionele instructie. De hypermedia die Liao onderzocht waren allemaal interactieve vormen van instructie zoals computersimulaties, interactieve multimedia en interactieve video. Computertechnologie heeft een enorme potentie om leren te ondersteunen en leermogelijkheden van mensen uit te breiden. Het onderzoek om de leereffectiviteit te optimaliseren is in volle gang. Belangrijk daarbij is om innovaties mede te baseren op theorieën over leren. Los hiervan zijn de praktische mogelijkheden en kansen van e-learning op organisatieniveau evident. Zij zijn een belangrijke reden voor bedrijven om met e-learning te beginnen. In het navolgende kijken we naar praktische voordelen van e-learning en naar de kansen op organisatieniveau die e-learning met zich meebrengt. 1.4 Praktische situaties en kansen op organisatie niveau De vraag of een groot aantal organisaties reeds winst behaald heeft uit hun investeringen in e- learning, kunnen we helaas nog niet positief beantwoorden. We verwachten ook niet dat dit vandaag of morgen eenduidig in de jaarcijfers terug te vinden zal zijn. Wel menen we dat er praktische omstandigheden zijn waar e-learning kansrijk is en dat er kansen liggen die aantrekkelijk zouden moeten zijn voor organisaties. De kansen hebben we toegelicht met gefingeerde voorbeelden Praktische situaties Alessi en Trollip (2001, p. 6) stellen dat de kans op succes van inzet van computertechnologie groot is in de volgende praktische situaties: wanneer de kosten voor instructie met alternatieve methoden hoger zijn (zoals militaire training); waarbij veiligheid belangrijk is (bijvoorbeeld chemische laboratoria, vliegsimulatoren); waarin het materiaal moeilijk te leren is door andere methoden (abstracte fenomenen die nu gevisualiseerd kunnen worden); waarbij individuele oefening nodig is (woorden leren van een vreemde taal); waarin logistiek een moeizame factor is (experimenten die lang duren kunnen versneld worden); 18 TELEMATICA INSTITUUT

19 waarbij de cursisten speciale behoeften hebben (visueel of auditief gehandicapten die nu kunnen kiezen voor audio of video). De auteurs hebben het over de inzet van computertechnologie. Dit behelst niet per se ook het gebruik van internettechnologie waarmee tijd en afstand overbrugd kunnen worden. Een interessante vraag is of bijvoorbeeld een vliegsimulator via een netwerk te bedienen is: hoe ziet de opstelling er dan uit en welke netwerkeisen gelden er? Het is technisch gezien niet ondenkbaar, maar het stelt hoge eisen aan beeld- en geluidskwaliteit en responsiviteit van het netwerk omdat het een interactieve toepassing behelst. En wat zijn de voordelen bij gebruik van een netwerk in dit specifieke geval? Een andere afbakening van Alessi en Trollip is dat zij zich richten op echte lessituaties. Praktische omstandigheden kunnen ook in een breder perspectief gezien worden. De Gartner Group (http://www4.gartner.com/init) bijvoorbeeld noemt vier algemene situaties waarin bedrijven e-learning kunnen inzetten: Om bedrijfstransformaties te realiseren. Bijvoorbeeld om medewerkers nieuwe competenties te leren of nieuwe producten te introduceren; Bij overnames. Belangrijk is dan de snelheid waarmee de verkoopafdeling de producten van het overgenomen bedrijf opneemt in de eigen logistiek en service; Ondersteuning van innovatie. Bedrijven die veel nieuwe producten lanceren (bv. financiële en farmaceutische bedrijven), moeten hun verkoop- en servicepersoneel snel bijscholen. Is dat eenvoudig, dan zullen ze sneller nieuwe producten opnemen. Vervolgens levert dit weer een competitief voordeel op; After sales. Leveranciers kunnen cursussen aanbieden aan het personeel van hun strategische partners. Bijvoorbeeld: in de autobranche moeten verkopers en servicemonteurs training krijgen bij de introductie van nieuwe modellen. Uit de voorbeeldsituaties van de Gartner Group is niet direct af te leiden wat de meerwaarde is van e-learning ten opzichte van traditionele training. De voordelen van elektronisch materiaal lichten we nu toe Overzicht doelstellingen e-learning Hieronder vindt men een puntsgewijs overzicht van de doelstellingen van e-learning en de voordelen die er te behalen zijn met de inzet van elektronisch materiaal en het gebruik van netwerken. 19

20 meer tijd- en plaatsonafhankelijkheid van leren ( anywhere, anytime ) leertijd (tijdstip en tempo) leerplaats (in-company trainingen, lokalen, Open Leer Centra, werk-/stageplaats, thuis) leren x werken meer flexibiliteit van leren en werken: duaal leren, levenslang leren door koppeling van leren en werken meer transfer van leer- naar werkplek, en vice versa (dus verhoogde effectiviteit van leren, mogelijkheden voor gesitueerd leren) eenvoudiger bedrijfsrelevante content in leertraject in te passen (die aansluit bij de dagelijkse actuele praktijk en innovatie) door omzet van werkplek naar leer-werkplek minder kosten voor werkgever (en hogere kans op baten) op maat kwalitatief hoogwaardiger aanbod dat meer op maat van de individuele cursist met zijn specifieke leerbehoefte is; just-in-time, just enough informatie tegemoet komen aan de verschillen in leerstijl, studietempo, plaats, begeleiding programma (planning en organisatie van het opleidingstraject, de leerinhouden en de structurering van de leerstof) didactiek (individueel, samenwerkend leren, projecten, klassikale instructie) leermiddelen (elektronisch en schriftelijk materiaal) begeleiding van cursisten (afhankelijk van de mate van zelfstandigheid) toetsen (diagnostisch, zelftoetsen, eindtoetsen) digitale leerstof betere toegankelijkheid van leerstof ( anywhere, anytime ) gemakkelijkere distributie van leerstof door gebruik van digitaal materiaal en virtuele werkomgevingen is flexibelere samenstelling van leerstof mogelijk (qua inhoud, actualiteit, en qua samenstellers: docenten, studenten, werknemers, uitgevers) monitoring betere kijk op leervorderingen en resultaten multimedia door gebruik multimedia aantrekkelijker leren door gebruik simulaties: visualisatie van fenomenen die normaal niet zichtbaar zijn, efficiënt en veilig veel oefeningen en experimenten doen 20 TELEMATICA INSTITUUT

21 overige doelstellingen van bedrijven de huidige doelgroep blijven bedienen op hetzelfde niveau, maar tegen geringere kosten (minder werktijd verloren laten gaan, reis- en verblijfkosten reduceren) verkorten inwerktijd nieuwe medewerkers sneller voorbereiden van medewerkers op veranderingen medewerkers binden aan organisatie (door rijke leeromgeving medewerkers, breed ontwikkelen van competenties van medewerkers, (ICT) cursussen aan familie aanbieden, senioren educatie) nieuwe groepen cursisten bedienen stimulans voor de mobiliteit van de werknemer (employability) ondersteunen van het zelfstandiger werken en leren meer mogelijkheden voor bedrijfsoverschrijdend leren en werken (b.v. expertise op afstand inhuren) de koppeling met kennismanagement, HRM: o.a. extra mogelijkheden voor (bestaande) professionele communities in bedrijven bijdrage aan de notie van 'lerende organisatie' verbetering van binding tussen medewerkers en klanten, toegevoegde waarde kunnen bieden aan klanten medewerkers beter voorbereiden op toeleveranciers overige doelstellingen van scholen de huidige doelgroep blijven bedienen op hetzelfde niveau, maar tegen geringere kosten nieuwe groepen cursisten bedienen ondersteunen van het zelfstandiger leren (bijv. een zeker percentage docentonafhankelijk leren bij uitval docent) meer mogelijkheden voor samen leren en schooloverschrijdend leren (b.v. expertise op afstand raadplegen, met ander scholen projecten doen, nieuwe communities opstarten) meer mogelijkheden voor competentiegerichte leertrajecten (door bijv. koppeling van leren en werken) Kader 1-2. Overzicht doelstellingen e-learning In het navolgende worden enkele van deze doelstellingen aan de hand van praktische omstandigheden zijn waar e-learning kansrijk is toegelicht Just-in-time, just-in-case, just-enough Elektronisch lesmateriaal is flexibeler in gebruik dan bijvoorbeeld het materiaal van een videoband of tekstboek. Een trainer past digitale teksten in een handomdraai aan en voorziet ze van een plaatje. Soms is die aanpassing nodig, omdat het niveau van de cursisten verschilt, omdat ze een andere leerstijl hanteren, of omdat andere voorbeelden meer aanspreken. Leerstof kan een vorm die past bij de context of omgeving, zoals een audioversie van een boek, die de bestuurder in de auto beluistert. Flexibel beschikbaar cursusmateriaal heeft ook voordelen voor een organisatie. Het zal het verschil tussen werken en leren verkleinen. Een cursist kan het geleerde meteen toepassen. Een hulpmiddel om zelf te leren is een database, die vergelijkbare problemen beschrijft met de toen gevonden oplossing. Belangrijk is dat die (case) database makkelijk en snel te 21

22 doorzoeken is. Wellicht zal iemand eerst zelf proberen een probleem op te lossen (trial-anderror), of het aan een collega vragen. Lukt het daarna nog niet, dan moet iemand zich realiseren dat meer informatie nodig is. Omdat niemand een werknemer op cursus stuurt, moet die zelf bewust zijn van zijn trainingsbehoeften. De een ziet dat sneller in dan een ander. Taakgericht leren Wasmachinefabrikant Laundor heeft leren en werken geïntegreerd voor zijn reparateurs. Nieuwe werknemers gaan aan de slag na een korte interne opleiding van twee weken. Daarbij komen alle technische problemen aan bod, gedeeltelijk via een elektronische cursus die alle ins en outs van de Laundor machines laat zien. Nu is het niet zo dat nieuwe medewerkers daarna zichzelf maar moeten redden. Men leert in de praktijk. Eerst thuis, waar de machines vanuit de fabriek binnenkomen, en na verloop van tijd bij de klanten. Reparateurs hebben met behulp van een laptop of PDA altijd toegang tot de elektronische cursus, en kunnen een met de cursus geïntegreerde online gevallendatabase raadplegen. Dit systeem helpt ze het probleem te analyseren en op te lossen, bijvoorbeeld door aan te geven welke componenten van oudere machines vervangen kunnen worden door nieuwere. De nieuwe reparateurs beginnen met eenvoudige problemen. Later komen de lastiger gevallen. In de praktijk blijkt binnen een jaar het cursusmateriaal alleen nog als toegang tot de online database te worden geraadpleegd voor de echt moeilijke gevallen. Laundor is tevreden: hun reparateurs maken minder fouten en de interne opleiding is verkort en dat scheelt geld. Kader 1-3. Voorbeeld van e-learning: taakgericht leren Naast de flexibiliteit van elektronisch cursusmateriaal, bieden de e-learning technologieën andere voordelen aan organisaties. Wanneer een organisatie e-learning weet te integreren met de persoonlijke ontwikkeling van mensen en met het interne kennismanagement zijn er extra meerwaarde te behalen Kennismanagement Overheid en bedrijfsleven bereiden zich voor op de kennismaatschappij. Nu computers en machines veel oorspronkelijke taken overnemen, verandert de functie van mensen richting kenniswerker. Die kennis is een schaars en waardevol goed. Actueel houden van kennis is een strategisch bedrijfsbelang omdat innovaties en veranderingen snel doorgang vinden.vandaar dat kennismanagement en de levenslanglerende werknemer een belangrijke rol gaan spelen. 22 TELEMATICA INSTITUUT

23 Intern kennismanagement QQConsult een ICT-consultancy, gebruikt Intranet om hun kennismanagement te organiseren. Na een sceptische start over het ongrijpbare kennismanagement worden de online communities, een best-practices database en de Yellow Pages intussen als bijna onmisbaar ervaren. Marcel Joosten is bezig het projectplan te schrijven van een nieuw project binnen QQConsult. Het is een nogal vooruitstrevend project en Marcel wil dan ook zeker een paar mensen in het project die bepaalde kennis hebben. Hij gebruikt de zoekfunctie in de Yellow Pages om te achterhalen wie binnen QQConsult over de specifieke kennis beschikken. Marcel vindt een aantal namen die hij meeneemt in het resourceplan. Daarnaast is de afspraak binnen QQConsult dat in een team, naast een paar ervaren mensen, ook mensen zitten die juist nog veel te leren hebben. Voor het vinden van die minder ervaren personen gebruikt Marcel ook de Yellow Pages. Nu zoekt hij naar mensen die ervaring op een bepaald gebied op willen doen en die namen neemt hij op in het plan, dat hij de Resource Manager zal voorleggen. Marcels collega Johan worstelt al een tijdje met een vraag, waar hij het antwoord zowel in de boeken als bij zijn naaste collega s niet heeft kunnen vinden. Iemand tipt hem de vraag in de community op het Intranet te plaatsen. Johan kent de community niet zo goed, hij heeft geen tijd zich met al dat geklets bezig te houden. Maar ja, je weet maar nooit, dus hij stuurt de vraag toch maar naar de community. Tot zijn verbazing ziet Johan in de community een discussie ontstaan met zijn vraagstuk als onderwerp. Niemand kan hem het exacte antwoord geven, maar er zijn zoveel ideeën aangedragen, daar moet iets tussen zitten dat werkt! Kader 1-4. Voorbeeld van e-learning: kennismanagement Bindmiddel voor hoogopgeleiden Het aanbod van aanvullende opleidingen is niet alleen noodzakelijk om de bedrijfsprocessen soepel te laten verlopen: soms werkt het aanbod als een bindmiddel om hoogopgeleide werknemers in huis te houden. Concluderend: er is een groeiende noodzaak voor het permanent bijscholen van personeel. E-learning kan het gemakkelijker maken om op die opleidingsbehoefte in te springen en er aan bijdragen dat de kennisontwikkeling van de individuen past bij de kennisontwikkeling waar de organisatie behoefte aan heeft. 23

24 HRM op maat Judith de Groot is HRM-manager bij VinBank, een grote financiële instelling. HRM wordt bij VinBank zeer serieus genomen. Het laatste jaar is flink geïnvesteerd in instrumenten voor de ondersteuning van HRM-activiteiten, waar Judith en haar collega s volop gebruik van maken. VinBank gelooft dat de investeringen zich op termijn weer terugbetalen, in meer tevreden werknemers, die beter op hun plek zitten bij VinBank en zich ontwikkelen zoals ze willen en bij hen en bij de organisatie past. Deze tevreden werknemers zullen VinBank niet snel verlaten en dat is precies wat de directie wil! Judith begeleidt een kleine 120 man en vrouw in hun carrièrepad binnen VinBank. De HRM-instrumenten die ze daarbij gebruikt, maken het mogelijk HRM op maat te leveren. De instrumenten bieden hulp bij het maken van persoonlijke ontwikkelplannen. Deze moeten passen bij het jaarplan van VinBank. Daarnaast zijn de HRMinstrumenten gekoppeld aan het e-learning platform van VinBank. Zo zien de HRM managers wat voor online modules de medewerkers hebben gevolgd, die ze zetten naast de reguliere cursussen. Ze probeert goed zicht te krijgen op wat de medewerkers doen, hun dagelijkse taken, wat ze daarvan leren en wat voor ervaringen ze opdoen. De medewerkers vertellen dit aan haar en zij verwerkt het in het programma. Samen met de medewerkers stelt ze een jaarplan op en met behulp van het HRM-instrument kan Judith monitoren in hoeverre de jaarplannen worden gehaald en of er opleiding nodig is. Op die manier probeert Judith de persoonlijke ontwikkeling van haar personeelsbestand te volgen en te begeleiden. Kader 1-5. Voorbeeld van e-learning: HRM op maat Wanneer niet E-learning kan niet alle didactische vormen vervangen. Motorische en interpersoonlijke vaardigheden zijn moeilijk via de computer te leren, maar kunnen wel geïllustreerd worden (achtergrondinformatie, voorbereidingsdemonstratie op video). Bij teambuilding en communicatietrainingen is het belangrijk gezichtsuitdrukking en lichaamshouding goed waar te nemen, bijvoorbeeld tijdens rollenspelen. Motorische of handvaardigheden, zoals autorijden, een machine bedienen en lassen leert men door de handelingen uit te voeren en liefst meerdere malen te herhalen om de handelingen tot een automatisme te maken. Met de komst van nieuwe mogelijkheden, komen de voordelen van de oude manier soms in een ander daglicht te staan: de medewerker die er even uit is, al zijn aandacht kan richten op het vergaren en uitwisselen van kennis en niet wordt geïnterrumpeerd door het dagelijkse werk. Juist om iets heel nieuws te leren, bijvoorbeeld een nieuwe manier van projectmanagement, is het goed de dagelijkse manier van werken helemaal los te laten. Dit gaat gemakkelijker als de medewerker weg is van de dagelijkse werkplek. 24 TELEMATICA INSTITUUT

25 1.4.7 Leercultuur De gedachte dat alles op rolletjes zal gaan wanneer er het systeem is gekocht, geïnstalleerd en voorzien van een cursusaanbod, is te mooi om waar te zijn. Een e-learning technologie moet daarom op zijn minst inpasbaar zijn in de leercultuur van de organisatie, maar beter is nog dat de technologieën een echte bijdrage leveren aan de lerende organisatie. Enkel het aanbieden van materiaal en tests voldoet niet. Goede e-learning technologieën moeten kennis in de organisatie transparant maken, overdraagbaar en voorzien van nieuwe impulsen van buiten. Veel aanbieders van e-learning platformen hebben dit al begrepen en ontwikkelen platformen die workspaces aanbieden voor projecten en voor communities met communicatiemiddelen als , chat, en discussielijsten. Daarnaast vraagt e-learning van de medewerkers en het management een andere houding tegenover leren. 1.5 Conclusies In deze inleiding hebben we beschreven wat e-learning is, wat de technische ontwikkelingen zijn, wat mogelijke voordelen van e-learning zijn en wanneer e-learning juist niet zo geschikt is. Wij hebben geconcludeerd dat onderzoek naar de didactische waarde in volle gang is. Investeren in e-learning is interessant voor organisatie om het opleidingsaanbod te flexibiliseren, op maat te maken en te koppelen aan intern kennismanagement en HRM. De behaalde winst zal nog niet vandaag of morgen in de jaarcijfers terug te vinden zijn want het betreft een lange termijn investering. De aantrekkelijkheid van de kansrijke praktische situaties en kansen van e-learning op organisatieniveau zijn hoe dan ook evident. 1.6 Scope en overzicht van dit rapport Tot dusver is met een onderwijskundige bril en organisatiebril naar e-learning gekeken. In de rest van dit rapport ligt de nadruk op de technische bril en wordt er nog even door de marktbril gekeken. De hoofdvraag die we trachten te beantwoorden met dit rapport is Wat is er vandaag de dag te koop als men een totaaloplossing voor e-learning wil invoeren? Wij hebben hierbij nog geen onderscheid gemaakt tussen regulier onderwijs en bedrijfsopleidingen. Wel ligt bij de bespreking van het ene onderwerp de nadruk meer op het regulier onderwijs (bijvoorbeeld beschikbare infrastructuur, initiatieven) en bij het andere onderwerp meer op het bedrijfsleven (bijvoorbeeld de kansen van e-learning, besproken in deze inleiding). De volgende onderwerpen komen achtereenvolgens aan bod: In hoofdstuk 2 bespreken we e-learning platformen. Dit zijn technologieoplossingen die de volgende drie functies voor e-learning vervullen: 1. de ontwikkeling van leermaterialen en het aanbieden ervan, 25

26 2. de communicatie tussen trainers en cursisten of medewerkers onderling, 3. de organisatie en het beheer. In hoofdstuk 3 richten we onze aandacht meer specifiek op de ontwikkeling van leermaterialen en bespreken we auteursomgevingen. In hoofdstuk 4 komt het onderwerp metadata aan bod. Metadata geven een korte beschrijving van het materiaal, zoals de auteur, publicatiedatum, keywords en, in het geval van e- learning, bijvoorbeeld didactisch niveau. In hoofdstuk 5 worden e-learning architectuursystemen besproken. Het nut van dergelijke architecturen wordt toegelicht en de LTSA en ADL-SCORM architecturen worden beschreven en op hun waarde geschat. Hoofdstuk 6 kijkt naar de stand van zaken omtrent infrastructuur en naar niet-e-learning specifieke software infrastructuren. Omdat wij in het regulier onderwijs meer beperkingen verwachten op gebied van bandbreedte en middelen om moderne apparatuur aan te schaffen, ligt de nadruk van hoofdstuk 6 op het regulier onderwijs en niet op bedrijfsopleidingen. Hoofdstukken 2 t/m 6 kijken vooral door een technische bril naar e-learning. In hoofdstuk 7 wordt verslag gedaan van een bezoek aan het Jacobus College te Enschede. Deze school is vooruitstrevend in de toepassing van ICT voor onderwijsdoeleinden. De school neemt ook deel aan twee initiatieven voor nieuwe onderwijsvormen waarin het gebruik van ICT een prominente rol speelt. Hoofdstuk 8 kijkt met een marktbril naar de educatieve content waardeketen. De complexiteit van het onderwijsveld wordt hier blootgelegd. In hoofdstuk 9 bespreken we enkele initiatieven, zowel wat kleinschaliger als grootschaliger samenwerkingsprojecten en zowel gericht op e-learning content levering als infrastructuur levering. Hoofdstuk 10 geeft onze belangrijkste conclusies. De Appendix geeft een uitgebreid overzicht van WWW-adressen gerelateerd aan e-learning. Dit overzicht kan niet compleet zijn omdat er iedere dag nieuwe websites over e-learning bijkomen. Ook hebben we niet bij iedere site een beschrijving gegeven. De appendix kan het best beschouwd worden als extra broninformatie. 26 TELEMATICA INSTITUUT

27 2 E-learning platformen Er is reeds een groot aantal systemen of platformen die e-learning in technische zin kunnen ondersteunen en vormgeven. Men noemt deze platformen o.a. leer management systemen ( LMS-en ), educatieve platformen, teleleerplatformen of e-learning platformen. Bronnen noemen een aantal van 120 van dergelijke platformen. Het is een grove schatting omdat bedrijven ook hun eigen platformen bouwen en deze dikwijls niet verder exploiteren. Gegeven dit aanbod rijst de vraag welke platformen geschikt zijn voor welke doeleinden, en of er nog behoefte is aan nieuwe ontwikkelingen. Antwoorden op deze vragen ontstaan wanneer we: een eenduidige definitie gebruiken voor e-learning platform, prototype platformen onderscheiden van professionele platformen, die de pioniersfase voorbij zijn en die een scala aan functionaliteiten bieden, de overgebleven professionele platformen onder de loep nemen. 2.1 Wat is een e-learningplatform? Volgens Droste (Droste 1998/1999; 2000) is een e-learning platform een elektronische leeromgeving (elo) waarin mogelijkheden worden aangeboden voor leren, communicatie en organisatie van leren. In Droste (2000; p. 10) wordt de volgende definitie gehanteerd: de technische voorzieningen (hardware, software en telecommunicatie-infrastructuur) die de interactie faciliteren tussen 1. het proces van leren; 2. de communicatie die nodig is voor het leren; 3. de organisatie van het leren. Met andere woorden, een frequent gehanteerde definitie (Droste, 1998; 1999) van e- learningplatformen gaat er vanuit dat de volgende activiteiten in meer of mindere mate ondersteund worden: ontwikkeling van leerstof/toetsen door ontwikkelaar/trainer/docent en presentatie van cursus/leerstof/ toetsen door trainer/docent communicatie tussen trainer/docent en student/cursist en externen organisatie en beheer door trainer/docent en administratieve organisatie en systeembeheer Men noemt het platformen omdat de techniek in deze omgevingen zo geconfigureerd is dat het mogelijk moet zijn het leren, de communicatie en de organisatie te integreren (Droste, 27

28 2000, p.10). 1 Het woord platform impliceert niet noodzakelijk dat het gesloten systemen zijn. Een gesloten systeem is een systeem waaraan men erg moeilijk functionaliteit en content van buiten het systeem kan toevoegen.momenteel zijn de professionelere platformen gesloten systemen. Deze systemen zijn rijper, maar ook ouder en gaan daardoor van minder basisfuncties uit. Doorgaans zijn totaaloplossingen bedacht van nauw op elkaar aansluitende auteurs-, leer-, communiceer- en organiseeromgevingen, die hun data in een particulier (proprietary) formaat opslaan en uitwisselen. Dit heeft het voordeel dat de ontwerper en implementator een grote mate van controle heeft, maar omdat de markt voor leeromgevingen zeer veel kleiner is dan die voor bijvoorbeeld webbrowsers, is het niet altijd mogelijk de platformen op de laatste stand van de techniek te houden. Grote delen van de functionaliteit van een platform kunnen namelijk worden geleverd door algemeen verkrijgbare componenten zoals tekstverwerkers, webbrowsers of het Internet, dan wel door speciale op e-learning gerichte componenten die door derden worden geleverd. Enkele recentere ontwikkelingen gaan wel in de richting van deze meer componentgebaseerde open systemen. Het doel van deze ontwikkelingen is net als bij de monolithische systemen soms een totaaloplossing, maar ook dikwijls het produceren van optimale deeloplossingen die integreerbaar zijn met deeloplossingen van derden. Een voorbeeld is een platform waar geavanceerde functionaliteiten worden aangeboden voor de communicatie tussen trainers en cursisten en waaraan een aparte auteursomgeving wordt gekoppeld voor de ontwikkeling van lesmateriaal. Een goede basis voor een open platform of component daarvan is dat het is gebaseerd op open standaarden. Een standaard is open, als de specificatie publiek is. Als iedereen zich precies aan de specificatie houdt, kunnen componenten en content die onafhankelijk van elkaar op verschillende systemen ontwikkeld zijn met elkaar samen werken. Ook lesmateriaal moet voldoen aan standaarden wil men het kunnen uitwisselen tussen platformen of componenten. De meeste standaarden zijn echter nog in ontwikkeling. 2.2 Analyse van e-learning platformen BVEnet en Cinop hebben de handen ineengeslagen om het BVE-veld zo goed mogelijk te kunnen ondersteunen bij de keuze van een e-learning platform. Het resultaat van deze samenwerking is in eerste instantie een site, waarop bestaande informatie (productinformatie, vergelijkend onderzoek) over e-learningplatformen is gebundeld en gekoppeld aan gebruikerswensen en enkele gebruikerservaringen. In 1999 en 2000 zijn uitgebreide analyses gedaan van Blackboard, TopClass, WebCT, Koepel (versie 25), Lotus Learning Space, Virtual Campus, en Global Teach. Globale analyses zijn gedaan (in 2000) van Constructor (versie 1.0), Docent (TM), Enterprise (versie 4.0), Edubox (versie 1.0), HOLO-E (versie 1.0), Ingenium (versie 5.0), TeleTOP (versie 2.3). i 1 Of leren, communiceren en organisatie daadwerkelijk samenhangen bij gebruik van de platformen is echter een andere vraag. 28 TELEMATICA INSTITUUT

29 In de analyse is altijd aandacht afzonderlijk aandacht geschonken aan het leerstof-/toetsdeel, het communicatiedeel en het organisatiedeel. Daarnaast is altijd gekeken naar de aangeboden functionaliteiten vanuit minimaal vijf verschillende rollen: de ontwikkelaar, de docent, de administrator, de systeembeheerder en de student. In enkele gevallen is daarnaast onderscheid gemaakt tussen module-/cursusontwikkelaar en materiaalontwikkelaar. Alle resultaten van de analyses met al de 6 rollen zijn te vinden in Droste (2000). Daarnaast zijn er op de site beschrijvingen maar geen analyses van de platformen Ease, First Class, Merlin, Profes-E, SWIFT internet ontwikkel- en leeromgeving, (in ontwikkeling) en WebCourse in a Box. Een andere speler die educatieve platformen en applicaties in gebruik (voornamelijk) in Canada heeft vergeleken vinden we op Onder deze platformen en applicaties vallen meer omgevingen dan alleen de platformen zoals die gedefinieerd en geëvalueerd zijn door Droste en die minimaal de drie functies van aanbieding lesstof, communicatie en organisatie bevatten. Zelf leggen de auteurs uit dat ze zowel geïntegreerde applicaties als component applicaties evalueren. De geïntegreerde applicaties bieden tools voor drie gebruikersgroepen: studenten c.q. cursisten, docenten c.q. trainers en technische administrateurs. De component applicaties bieden meer gespecialiseerde tools bijvoorbeeld voor de communicatie tussen cursisten en docenten, of voor ontwikkelaars van lesmateriaal (i.e. de auteursomgevingen). Het is mogelijk een groot aantal platformen en tools (in mei 2001: totaal 47 gereviewed en 62 in de pijplijn) te vergelijken op veel aspecten, o.a.: technische specificaties als serviceplatform, cliëntplatform, opschalingmogelijkheden, mogelijkheden voor ontwerpen van instructie en curriculum, mogelijkheden voor kennisopbouw, teambuilding, motivatiebevordering, gebruikersgemak en toegankelijkheid, mogelijkheden voor samenwerken, mogelijkheden voor video- en audiovergaderen, en metadata compliance. Onder de pakketten die geëvalueerd zijn, is een aantal van de internationale pakketten die ook door Droste geëvalueerd zijn: Topclass, WebCT, Docent, Blackboard en Lotus Learning Space. Daarnaast vinden we enkele andere pakketten of geïntegreerde applicaties als Saba Learning Enterprise, WebCourse in a Box, Virtual-U en Vcampus. Tenslotte zijn veel meer gespecialiseerde tools of component applicaties geëvalueerd die meer gericht zijn op één functie in plaats van meerdere, bijvoorbeeld alleen lesstof ontwikkeling zoals Authorware, of vooral kennisopbouw zoals Team Wave, of vooral voor testen van studenten zoals QuestionMark, of vooral ontwikkelen van cursussen en lessen zoals the Learning Manager. Wanneer we de resultaten van de analyse van Droste (2000) vergelijken met de analyses van de geïntegreerde applicaties op dan komen we tot de volgende conclusies (zie Tabel 1 en voor een overzicht van de e-learning platformen in de analyse en de kenmerken waar met name naar gekeken is in deze analyse). 29

30 2.3 Resultaten analyse Tussen de platformen 1. Geen interoperabiliteit tussen beschikbare platformen: Momenteel zijn de professionelere platformen zoals Blackboard, WebCT, Lotus Learning Space, Virtual Campus, TopClass gesloten systemen. De inzet is dan ook om totaaloplossingen op te leveren. Enkele recentere ontwikkelingen gaan wel in de richting van meer componentgebaseerde open systemen. Voorbeelden hiervan zijn Holo-E, Teletop, Docent, Ingenium, Edubox. De inzet van deze ontwikkelingen is dikwijls het produceren van optimale deeloplossingen die integreerbaar zijn met deeloplossingen van derden. 2. Geen mogelijkheden voor uitwisseling van content: Momenteel zijn er nog geen geaccepteerde standaarden. Er zijn wel specificaties en standaarden in ontwikkeling, maar ze zijn nog niet geaccepteerd en in gebruik. Een vraag is of de specificaties en standaarden zowel gemakkelijk in gebruik als toerijkend (zullen) zijn in onderwijskundige settings. 3. Geen mogelijkheden voor het aanleggen van content databases die op een gemakkelijke manier ingezet kunnen worden Binnen de platformen algemeen onduidelijkheid over de toegankelijkheid van het platform via het web (is het platform web-enabled : kan men overal en altijd bij het platform om te kijken, te communiceren en/of materiaal bij te plaatsen en/of te editen) m.b.t. ontwikkeling van cursus/leerstof/toetsen onduidelijkheid over cursusontwikkel-mogelijkheden door trainer/docent (i.p.v. professioneel ontwikkelaar) onduidelijkheid over aanwezigheid van cursus-/lesstofdatabase geen of beperkte mogelijkheid van hergebruik van cursus/lesstof uit database door trainer/docent m.b.t. communicatie geen of beperkte mogelijkheden om videoconferencing op te starten geen of beperkte mogelijkheden om applicaties te delen 30 TELEMATICA INSTITUUT

31 geen of beperkte mogelijkheden voor gemeenschappelijke virtuele werkgebieden voor trainer/docent en studenten/cursisten geen of beperkte presence en awareness in gemeenschappelijk virtuele werkgebieden van trainer/docent en studenten/cursisten m.b.t. organisatie en beheer slechte of geen koppeling naar bestaande legacy informatiesystemen (portfolio s, administratieve systemen, etc) geen ASP mogelijkheden geen/nauwelijks aandacht voor accounting, billing and paying geen/nauwelijks aandacht voor beveiliging geen/nauwelijks aandacht copyrights Samenvattend Er is een tiental complete e-learning platformen die functionaliteiten bieden voor het gehele scala van de ontwikkeling van leermaterialen, voor de aanbieding ervan, voor de communicatie tussen trainers en cursisten, en voor de organisatie en het beheer, en die daadwerkelijk in gebruik zijn. Dit zijn Blackboard, Saba Learning Enterprise, WebCT, Lotus Learning Space, Virtual Campus, TopClass, Docent, Ingenium. In Tabel 2-2 staan de gedetailleerde uitkomsten van de meta-analyse van de meer complete e-learning platformen. Van deze complete platformen houden er vier rekening met standaarden (waaronder metadata), namelijk Blackboard, Docent, Ingenium, en Saba Learning Enterprise. Hierbij moet aangetekend worden dat de standaarden nog in ontwikkeling zijn. Met andere woorden het zijn nog geen 'standaarden maar veeleer specificaties. Hiervan zijn drie systemen componentgebaseerd en open: Docent, Ingenium en Saba Learning Enterprise. 31

32 Platform open standaarden bijzonder waar in gebruik, o.a Blackboard nee IMS betaling op basis van geraadpleegde documenten WebCT nee geen overzichtelijke database met scores van cursisten Saba Learning Enterprise ja IMS AICC SCORM individuele aanmelding en betaling Lotus Learning Space nee geen koppeling intranets en kennismanagement Docent ja IMS AICC online betaling cursussen Virtual Campus nee geen per cursist persoonlijk trainingsplan Ingenium ja IMS AICC uitgebreide presentatie cursistgegevens en -competenties TopClass nee geen cursisten volgen leerroute die door trainer of automatisch aangepast wordt Tabel 2-1. Belangrijkste conclusies van de analyse van e-learning platformen regulier onderwijs (Kennisnet) grote bedrijven verschillende hosts ROC s, bedrijfsleven, hogescholen (o.a. hogeschool Haarlem) grote bedrijven (o.a. Lucent) KPN host Docent Wat daarnaast opvalt, is dat in de professionelere complete platformen nog geen gebruik gemaakt wordt van de nieuwste technologieën. Dit geldt voor alle drie de hoofdfuncties. We noemen de belangrijkste omissies bij elk: ontwikkeling van lesstof: vaak geen database met lesstof en cursusmaterialen waarin gezocht kan worden zodat cursusmaterialen hergebruikt en gemakkelijk aangepast kunnen worden communicatie tussen cursisten en trainers: geen of beperkte mogelijkheden om videovergaderingen op te starten en applicaties zoals Word te delen, geen of beperkte mogelijkheden voor gemeenschappelijke werkgebieden voor cursisten en trainers organisatie en beheer: weinig aandacht voor beveiliging, authenticatie (belangrijk voor examinering!) en copy rights, nauwelijks aandacht voor accounting, billing en 32 TELEMATICA INSTITUUT

33 paying, slechte of geen koppeling met bestaande legacy systemen, geen aandacht voor mogelijkheden van application service provision 2.4 Beperkingen van een meta-analyse Deze meta-analyse van e-learning platformen heeft ons snel een overzicht gegeven van wat er op de markt te koop is. Echter het gebruik maken van de resultaten van analyses van derden geeft ook beperkingen. Zo kan een e-learning platform wel een filosofie of visie op leren hebben bijvoorbeeld competentiegericht leren, leren op maat, de daadwerkelijke realisatie van die visie zal in de praktijk geverifieerd moeten worden. Daarnaast is uit de analyses niet goed af te leiden in hoeverre de e-learning platformen gebruikersvriendelijk zijn, en zo ja voor welke groepen gebruikers, in welke mate de platformen transparant zijn en wat hun look & feel is. Dergelijke aspecten zullen met behulp van de aanschaf van (demo) versies van de platformen en met gebruikersonderzoek in de praktijk onderzocht worden. Dit ligt buiten de scope van dit rapport. 2.5 Conclusies E-learning platformen ontwikkelen zich sterk. De huidige professionele platformen lijken te voldoen aan de eerste behoeften. Echter, geen enkel e-learning platform beschikt over stateof-the-art technologieën voor ondersteuning van alle drie hoofdfuncties van de ontwikkeling en aanbieding van leermaterialen, voor de communicatie tussen trainers en cursisten, en voor de organisatie en het beheer. Bovendien zijn de standaarden voor uitwisselbaarheid en interoperabiliteit nog in ontwikkeling. 2.6 Uitkomsten van meta-analyse van e-learning platformen In Tabel 2-2 staan de gedetailleerde uitkomsten van de meta-analyse van de verst uitontwikkelde e-learning platformen die momenteel op de markt zijn. 33

34 Tabel 2-2. Uitkomsten van meta-analyse van verst uitontwikkelde e-learning platformen e-learning url geïnt visie docent. leerstof registratie en gebruik openheid, privacy & betaling educatieve video- audio-conferencing platform of roots vs. uitbreiden/bijplaatsen gebruikersgegevens aansluiting bij rechten ja/nee content database documenten delen comp ontwikk standaarden op welk ja/nee shared workspace elaar niveau unit of re-use presence & awareness Teletop 2.3 comp - cursus voor nee - geen HTML kennis - meest uitgewerkt - geen - nee - nee? nee top.nl groep stud. nodig - opdrachten & standaarden - word, ppt, etc. - beheer - word, ppt, etc. beoordelingen, goede - Lotus Notes, bestanden nee - wensen attachen overz. voor docent Domino Server docent op ja/nee?; wel discussiegroepen cursus niveau en attachments HOLO-E comp - toewijzen ja - materiaal en - registratie welke leerstof - (nog) geen - nee - ja nee omediasy leerstof aan opdrachten gemaakt in door welke cursist gebruikt koppeling met - kleinere delen stems.nl ind. stud. of Word of met auteurstool is extern om hergebruik nee groep worden in bibliotheek - geen toetssysteem en toetssysteem, mogelijk te maken - hergebruik geplaatst en voorzien resultaten administratie- of nee? wel discussiegroepen en leerstof van IMS core volgsysteem attachments elementen - IMS - daarna wordt van - Lotus Notes, materiaal cursus Domino Server gemaakt door ontw. - docent kan alleen per extra materiaal beschikbaar stellen Blackboard geïnt - totaalopl. nee - whizzards voor - IMS - veel ja - ja? nee? Course Info kboard.c - groepen opdrachten, extern - standaard in autorisatie -? 3.0 om cursisten materiaal, tests etc. ontwikkeling voor s mogelijk, geraad- ja (alleen asynchroon) - multi-media materiaal overkoepelende daardoor pleegde (tekst, beeld, geluid) info. over goede docume ja/nee?; wel discussiegroepen 34 TELEMATICA INSTITUUT